Schatten op zolder

Nu ik zoveel tijd heb, ben ik toch maar begonnen met het opruimen van mijn schuiven. Naast de bakjes met duizend stuks schrijfgerief, tientallen nagelknippers (al dan niet nog werkend) en evenveel vijlen, vond ik onderin de schuif wat enveloppen met inhoud. ‘Inhoud’ in de betekenis van geld. Vreemde munten en biljetten, overschotjes van vakanties. 

Natuurlijk moest ik weten hoe rijk ik wel was zonder dat ik mij daarvan bewust was.

Tel even mee:

5 Tunesische Dinars en 800 millimes: 2.38 euro
443 Keniaanse Shilling: 3.95 euro
500 CFA Francs (Senegal): 0.76 euro
50 Dominicaanse Pesos: 0.99 euro
5 Egyptische Ponden: 0.26 euro
18 Zuid-Afrikaanse Rand en 15 cents:  1.27 euro

Totaal: 9.61 euro.

Ik ga nog wat verder rommelen. Wie weet waar kom ik nog bij uit …

Plannen

Had ik eigenlijk al geschreven dat onze twee eerste vakanties een feit zijn? (*)
De eerste, over zes weken, gaat naar de Costa Blanca in Spanje. Dit is een streek die we nooit eerder bezocht hebben vanwege onder andere het ‘gepensioneerden’ imago. Nu we zelf ook in die categorie vallen, vonden we het tijd om daar toch eens te gaan kijken met de bedoeling om er in de winter enkele maanden te verblijven. Alles beter dan koud, grijs en nat tenslotte. 
We vliegen op Alicante en de eerste vijf dagen verblijven we in Moraira, ten noorden van Alicante. Dan rijden we naar Valencia waar we ons drie dagen gaan onderdompelen in de gekte van Las Fallas. Het zal mij benieuwen of het iets voor ons is (druk, lawaai, …) maar als Spanje-liefhebber vond ik dat we dit eens moesten hebben meegemaakt. 
Na de Fallas rijden we naar de kleine badplaats Cabo Roig in de zuidelijke Costa Blanca waar we nog tien dagen in een appartement verblijven. De Costa Calida zou, als het goed is, onze toekomstige winterse bestemming moeten worden. Of niet. Dat zullen we na de vakantie beoordelen.
Onze tweede reis – eind mei – gaat opnieuw naar Zuid-Portugal. Een week in de Alentejo en tien dagen in de westelijke Algarve. De oostelijke Algarve kennen we op ons duimpje van vorige vakanties, de westelijke Algarve is nieuw voor ons. Manlief is in ieder geval heel blij dat hij – na vier jaar – nog eens naar Portugal mag. 
(*) Het is eigenlijk vakantie 2 en 3 want de eerste heb ik helaas moeten annuleren.

Phew …

Dit is de allereerste keer dat ik blij ben dat een vakantie NIET doorgaat.
De story … de schitterende vakantie in Senegal van afgelopen december in gedachten, boekte ik op 3 januari een week Gambia, vertrek 16 januari, om aldaar manlief zijn verjaardag te vieren. 
Vandaag heb ik de vakantie noodgedwongen geannuleerd. De politieke situatie is dusdanig dat het er op dit moment niet veilig is. 18 januari overdracht van de macht aan de nieuw verkozen president … maar de huidige dictator weigert op te stappen. Er worden rellen verwacht, sluiting van de luchthaven in Banjul, Gambianen vluchten massaal het land uit, gewapende troepen staan klaar aan de grenzen om het land binnen te vallen, … Enfin, je wil daar nu echt niet zijn. 

Er kwam ook een portie geluk bij kijken, net of het zo heeft moeten zijn. Zomaar annuleren zonder dat Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies uitvaardigt, kan niet. Tenminste niet kosteloos. Maar onze touroperator (voor de ene keer dat we via een TO boeken) had ons hotel nog altijd niet bevestigd. Daarvoor hadden ze tijd tot 7 dagen voor afreis, en dat was maandag 9 januari. Dinsdagmorgen hing ik al om half negen aan de telefoon om te annuleren!
 

Onze liefde voor Afrika is groot, maar niet zo groot dat we er ons leven voor willen riskeren. Misschien loopt het allemaal zo’n vaart niet, maar we wilden toch het risico niet nemen.
Gambia loopt niet weg. Er komt vast nog wel eens een gelegenheid.

UPDATE: 16 januari zouden we vertrekken … 17 januari gaf Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies … 18 januari werden alle toeristen geëvacueerd!

Goede voornemens

Goede voornemens maak ik al jaren niet meer. Er komt toch niks van in huis. Hoewel …

Mijn enige ‘voornemen’ is om zoveel mogelijk te reizen. Nieuwe landen/streken ontdekken, bekende landen/streken herontdekken, steeds weer opnieuw de lievelingsplekken bezoeken. En 2016 was op dat vlak weer zeer geslaagd: 70 dagen op vakantie … een evenaring van 2014!

Uiteraard is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit en die cijfertjes doen er niet toe, maar ik ben nu eenmaal een statistiekjesmens. 🙂

Hoogtepunt was zonder meer de hernieuwde kennismaking met Senegal. Ik hoop in de volgende jaren nog meer Zwart Afrika te kunnen beleven.

Januari: 5 dagen Dubai – 1 hotel

Februari: 9 dagen Salalah (Oman) + 1 dag Dubai – 2 hotels
April: 2 dagen Veluwe – 1 hotel
April: 2 dagen Amsterdam – 1 hotel
Juni: 18 dagen Andalucía (Málaga, Ronda, Sevilla, Conil de la Frontera) – 4 hotels
Juli: 3 dagen Haarlem – 1 hotel
September: 17 dagen Puglia (Fasano, Specchia, Matera, Vieste) – 4 hotels (+1 nacht in Charleroi)
November: 3 dagen Houffalize (2 hotels, deels werkvakantie)
December: 10 dagen Senegal (1 hotel)
*** Mijn voornemen is om het in 2017 nog eens over te doen! *** 

Africa gets under your skin

Ja, Afrika kruipt onder je huid. Onder de mijne tenminste wel. En het vreemde is dat ik er niet de vinger kan opleggen waarom dat zo is. De meeste Afrikaanse landen zijn niet al te proper, er heerst corruptie, het is er niet altijd veilig, er is veel armoe, de steden zijn druk en chaotisch, je moet er vervelende vaccins voor laten zetten en vieze pillen slikken … aan de andere kant is er de ruimte, de rust, de prachtige fauna en flora, de andere cultuur, de mooie mensen, de puurheid. Al van de eerste keer dat ik voet zette op Afrikaanse bodem wil ik terug. Móet ik terug. We zijn inmiddels ook al wel enkele keren terug geweest maar het echte zwarte Afrika is toch al geleden van 2004.
Toen ik een dikke maand geleden opperde om vóór de lange winter de zon nog eens op te zoeken, kwamen we zomaar op Senegal uit. Niet te ver vliegen én zonzeker, een must na het fiasco van september. 
We zijn in 1999 ook al eens in Senegal geweest, maar wat ik er mij nog van herinner heb ik uit mijn reisverslag. Het was een periode dat ik nauwelijks sliep en de reis is toen niet echt tot me doorgedrongen. Tijd om nog eens terug te gaan. Ik moest trouwens nog naar M’Bour, want dat had ik toen door ziekte gemist.
Zo togen wij op maandag 28 november door de vrieskou naar de luchthaven voor de zes uur durende vlucht naar Dakar, waar wij opgewacht werden door Mamadou die ons in een gedeukte aftandse maar onverwoestbare Toyota Camry naar het tachtig kilometer zuidelijker gelegen hotel zou brengen. 
Het verkeer in Senegal is in al die jaren nog niks veranderd. Er is inmiddels wel een autostrade (met péage) aangelegd, maar voor de rest is het chaos troef met volgeladen vrachtwagens, oude en nieuwe wagens, paard/ezel-en-kar, brommers, fietsen, en de typische ‘transport en commun‘-busjes die allemaal door elkaar rijden en te pas en te onpas voorbij steken. Ik zou er nooit zelf durven rijden!
Mamadou reed vlotjes en we voelden ons gerust genoeg om hem direct maar te boeken voor onze excursies. Zeker toen hij zei dat hij die met zijn eigen wagen doet. Mét airco. Niet onbelangrijk bij dagtemperaturen van om en bij de zevenendertig graden. Maar daarover later meer.
Na anderhalf uur waren we al op onze bestemming: hotel Neptune in Saly. Een droom! Een twintigtal rondavels verspreid over de prachtige tropische tuin. Onze rondavel bevond zich vlak aan het zwembad, tussen de cocotiers en de kleurrijke bloemen. Veel valt er hier niet over te vertellen. We hebben genoten van strand, zee en zwembad. 
Onze eerste excursie met Mamadou leidde ons naar de vissershaven annex markt van M’Bour om de vissers in hun mooi beschilderde pirogues te zien binnenvaren. Het was er een drukte van belang want de vis wordt direct op het strand verkocht Het is een spektakel dat eigenlijk de hele dag duurt want ’s morgens komen de boten binnen van de vissers die ’s nachts uitgevaren zijn, en in de namiddag van zij die overdag gevist hebben. 
Echt proper kan je het niet noemen, want de vis die niet verkoopbaar is, wordt gewoon op het strand achtergelaten. Het stonk er nochtans niet, ondanks de brandende hitte. Eigenlijk zijn de Senegalezen nog totaal niet milieubewust. Overal, ook langs de kant van de weg, ligt er veel afval en zwerfvuil. En luchtvervuiling cq. opwarming van de aarde viert hier ook hoogtij. De meeste auto’s zijn minstens 30/40 jaar oud (type Peugeot 404) en de zwarte rook met bijpassende stank die uit de uitlaten komt is misselijkmakend.
Onze volgende uitstap was naar Joal-Fadiouth. Fadiouth, ofwel l’Île aux Coquillages, is een eiland waarvan de bodem volledig uit schelpen bestaat. Ook in de gevels van de huizen zijn schelpen verwerkt. Het bijzondere aan Fadiouth is dat hier christenen en moslims vredevol naast elkaar leven. Wij waren er op zondag op het moment dat de bevolking de hoogmis bijwoonde (90% is katholiek, 10% is moslim terwijl het in de rest van het land ongeveer omgekeerd is). En dat er hier nog naar de kerk gegaan wordt, hebben we gezien. Ze zat stampvol. Naast de kerk zaten de kinderen al te wachten tot het hun beurt was voor de kindermis. Mooi om te zien. Vlakbij de kerk staat dan de moskee. En even verderop is er een gemeenschappelijk kerkhof voor christenen en moslims. 
Natuurlijk hebben we ook ons eigen ‘dorp’ verkend en hebben we in de diverse plaatselijke restaurantjes gegeten: Chez Paule, Chez l’homme tranquille, La Guinguette, … Het is wel zo dat, eenmaal je het hotel verlaat, je aangeklampt wordt door Senegalese mannen die je gids willen zijn of je van alles en nog wat willen verkopen aan ‘de très bons prix‘. Ze zijn zeer beleefd maar nogal plakkerig en ‘non, merci‘ wordt niet zomaar aanvaard. En het rare is dat ze je al van ver herkennen en telkens een nieuwe poging wagen. Als je dan resoluut ‘non, merci’ blijft zeggen, dan hebben ze na een dag of drie wel door dat het geen zin heeft om verder aan te dringen en zoeken ze een nieuw slachtoffer. Ze blijven je wel heel enthousiast begroeten.
We hebben een zalige vakantie gehad. Het kleinschalige hotel was super (review op Tripadvisor), we hebben er lekker gegeten (half pension) maar het was vooral het personeel dat een hele dikke pluim verdient. Zelden zo’n warme, hartelijke service gehad!
Het vuurtje dat al heel lang smeulde, is na deze reis weer volop aangewakkerd. Er staat nog meer Afrika op de planning.
Nog meer foto’s zien? Kijk op onze flickr fotopagina.

Ciao …

Hier ben ik weer. De vakantie is voorbij. Het was een beetje een vakantie in mineur … het weer wou niet echt mee. De eerste week heel veel regen en zware onweders met overspoelde wegen tot gevolg, de tweede week heet en uiterst vochtig (tot 88%) en de laatste halve week haalden we nog met moeite 21 graden. Hele mooie wolkenpartijen gezien … bijna drie weken aan een stuk. Het had wat minder gemogen.
Maar laat ik beginnen bij het begin. Ik probeer het zo kort mogelijk te houden, maar dat zal een moeilijke opgave zijn want we hebben heel veel gezien.
We hadden een vroege vlucht op donderdag 8 september vanuit Charleroi, zo’n 135 km van huis, en besloten daarom om alvast een dag eerder naar Charleroi te rijden en een park-sleep-fly te boeken bij Van der Valk. Scheelde toch weer anderhalf uur slaap en is niet eens zoveel duurder dan parkeren op de luchthaven. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Avonds nog genoten van een drankje op het heerlijke terras en ’s morgens netjes op tijd door de shuttle afgeleverd op Charleroi Airport. Waarom moeilijk als het ook gemakkelijk kan?! 
Bij aankomst in Bari een uur in de rij gestaan aan het loket van de autoverhuurder. Gelukkig waren we nog redelijk snel weggeraakt bij de bagageband want de rij die achter ons stond was op den duur niet meer te overzien. Slechte service van Sicily by Car! Dan door de gietende regen naar de parking, onze VW Polo opgepikt en de 75 km naar onze eerste masseria in Montalbano gereden. Onderweg was het gelukkig gestopt met regenen zodat we na het inchecken direct op weg konden om een restaurant te zoeken dat nog open was voor de lunch. In dit deel van Italië worden de openingsuren van restaurants nog strikt gerespecteerd. Na 14u moet je je toevlucht nemen tot een snack uit de snackbar, en daarvoor waren we niet naar Italië gekomen. 
 
Tijdens ons verblijf in Montalbano hebben we het volledige centrale deel van Pugia bezocht. We zaten midden in de mooie Valle d’Itria. Vanaf het terras van onze kamer hadden we een prachtig zicht op de onmetelijke olijfboomgaarden en de zee op de achtergrond. Deze vallei is bekend om zijn eeuwenoude olijfbomen met stammen die in de vreemdste vormen zijn gedraaid. De oudste bomen geven de meest kwalitatieve olijven.

Ook onze masseria had zijn eigen olijfbomen en olijfolieproductie, en tijdens de proeverij leerden we dat er bijna net zoveel olijvenvariëteiten zijn dan druivenrassen. Én dat de zuurtegraad de belangrijkste parameter is om een goede olijfolie te herkennen: hoe lager de zuurtegraad, hoe beter. Het was in ieder geval een interessante en lekkere namiddag.

Van hieruit hebben we zowat alle stadjes in Centraal Puglia bezocht. 

Monopoli, bijvoorbeeld, is een mooi havenstadje aan de Adriatische Zee. Vanaf de oude toegangspoort tot het centro storico heb je een mooi zicht op de oude haven. En, zoals elk zichzelf respecterend dorp/stad, heeft Monopoli – naast talloze ‘gewonere’ kerken – uiteraard een fraai gedecoreerde kathedraal. 
In Monopoli hebben we trouwens onze veertigste huwelijksverjaardag gevierd op 11 september. Daarvoor had ik op voorhand geboekt bij Angelo Sabatelli (1*). Op het menu, na de amuses, het volgende:
Cannoncino di gamberi, battuto di melone, pomodoro, basilico
Cavatelli con frutti di mare e cicoria su crema di fave
Spaghetto al polpo, crema di fagioli al miso
Spigola “al forno”, pomodoro arrosto
Ananas, cioccolato bianco, cassis
Alles was lekker bereid en kraakvers, en Angelo blijft trouw aan de cucina povera van Puglia, dwz eenvoudige producten van de streek en van het seizoen: pasta, (inkt)vis, zeevruchten, bonen, tomaten, … Het was een heerlijke lunch, met als afsluiter een verrassend extra dessert.

Polignano a Mare was ook zo’n gezellig stadje aan zee, gebouwd op een rots. A propos, Domenico Modugno, de zanger van Volare …, is hier geboren, en daar zijn ze trots op in Polignano.  Het eerste wat je ziet als je het stadje binnenrijdt is een groot standbeeld van de zanger. Nel blu dipinto di blu, felice di stare lassù, …
Ook Taranto, een stadje aan de Ionische Zee, heeft voor ons geen geheimen meer. Hier hebben we wat geshopt in het nieuwe gedeelte van de stad. Mooie winkels langs brede lanen. Een enorm contrast met het historisch centrum dat wat deed denken aan de ‘mindere’ wijken in Napoli … echt vies en verwaarloosd. Ook dit is Italië: mooi van lelijkheid.


Het witte stadje Ostuni, Martina Franca enz. enz. … we hebben ze allemaal gezien.


Uiteraard mochten ook Alberobello en Locorotondo niet ontbreken op ons lijstje van ‘must sees’. De stadjes van de trulli, dé toeristische trekpleisters van Puglia. Ze waren ook echt heel bijzonder. Ik heb er wel honderd foto’s genomen. In het niet-toeristische deel van Alberobello zijn nog veel trulli gewoon bewoond, door mensen die trots zijn op hun cultureel erfgoed. Alberobello staat trouwens sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Verdiend! 

Tussen haakjes, in de namiddag is het zo hard beginnen regenen dat er verschillende wegen helemaal verzakt en weggespoeld waren. Bovendien was de elektriciteit in onze masseria uitgevallen en hebben we tot de volgende morgen in het donker gezeten. Gelukkig hebben onze e-readers een leeslampje. 



Na het centrale deel van Puglia was het de bedoeling om wat zogenaamd mooie stranden in de Salento, het zuidelijkste deel van de hak, te bezoeken. Het weer was echter niet van dien aard dat we veel aan het strand of het zwembad van onze tweede masseria hebben gezeten. En helaas was er in dit deel van Puglia ook niet zo heel veel te zien buiten de barokke stad Lecce en nog wat kleinere stadjes, maar daar kom ik later op terug. Ik heb mijn best gedaan om toch wat mooi weer foto’s bij elkaar te sprokkelen.

Lecce dus, een prachtige stad vol monumenten in barok. Lecce wordt ook wel het Firenze van Puglia genoemd. Lichtelijk overdreven, maar het was wel indrukwekkend.
Santa Maria di Leuca is niet echt een bijzondere stad, het is wel de meest zuidelijke stad van de hak, daar waar Adriatische en Ionische Zee samenkomen. Hier kan de wind hevig te keer gaan, maar het was heet, vochtig en windstil. Mooie oude villa’s in S.M. di Leuca!
Otranto, een vissersstadje aan de Adriatische Zee. Hier herinner ik mij nog de vissers die met de overschotten van de mosselen aas maakten. Stukje per stukje mossel werd nauwgezet aan een touwtje geregen. Andere vissers waren hun netten aan het herstellen, zoals je zo vaak ziet in vissersdorpen.  Sfeervol vind ik dat. En we hebben er ook zeer lekker gegeten, met zicht op zee!

Op naar Matera, een zijsprong dus want Matera ligt in Basilicata en het was best een eind rijden vanaf Specchia. Het landschap is ook niet bijster interessant, … olijven, olijven en nog meer olijven en de laatste 50 km wijnstokken, wijnstokken en nog meer wijnstokken. Heerlijke wijnen hebben ze trouwens in Puglia, van druivenrassen die je hier niet zo gemakkelijk kan krijgen. Daarom hebben we er ginder maar extra van geprofiteerd. 🙂

Matera was eigenlijk het interessantste deel van onze reis. Hier hebben we twee dagen de voeten van onder ons lijf gelopen, trap op en trap af, verdwalend in het labyrinth van de sassi. In het kleine museum in Sassi Barisano konden we een video bekijken over het ontstaan, het hoe en waarom van de sassi. Reeds in de prehistorie werden de grotten en holen in Matera door de mens gebruikt als schuilplaats. Steeds weer groef men nieuwe holen of maakte men bestaande holen dieper, nieuwe gangen en vertrekken werden toegevoegd. Zo ontstonden er opslagruimtes, stallen, woningen en kerken. Op sommige plaatsen kan je zien dat er tien of zelfs meer woningen boven elkaar gegraven zijn.

Tot in de jaren 50 was Matera een bron van schaamte voor Italië. Een plaats van armoede, malaria en veel kindersterfte ; de stad waar mensen samen met hun veestapel in grotten leefden, balancerend op de rand van het ravijn, zonder elektriciteit, stromend water of riolering. Daglicht was er nauwelijks want er was slechts een deur, of een luik in het plafond waardoor wat licht kon binnenvallen.
Omwille van de zeer ongezonde levensomstandigheden werd toen besloten de sassi te ontruimen en de bewoners te huisvesten in nieuwe huisjes en appartementen net buiten de stad. Begin jaren ’60 waren de sassi geheel verlaten en dat bleven ze tot eind jaren ’80.

In 1993 werden de sassi op de werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst en sindsdien is het leven er weer teruggekeerd. Net *iets* exclusiever dan destijds, met kunstgaleries, winebars, restaurantjes, en luxe hotelletjes. Ook als filmlocatie was Matera zeer gegeerd. En in 2019 is Matera Culturele Hoofdstad van Europa. Matera was echt heel bijzonder.

Vieste, gelegen in het Parco Nazionale del Gargano, was onze laatste stop. Een totaal ander landschap, meer bergachtig in het binnenland, andere vegetatie (naast druiven en olijven ook citrusvruchten), mooie lange stranden, een andere sfeer ook. Kwam misschien wel omdat het daar wat zonniger was. Vieste had een prachtig centro storico, misschien wel het mooiste dat we gezien hebben. En heel veel uitstekende restaurants waar we verse funghi porcini gegeten hebben, recht uit het bos geplukt. Misschien niet zo heel bijzonder, maar een welkome afwisseling na alle frutti di mare en fritti misti.

Omdat we een late terugvlucht hadden, konden we nog een paar uren rustig genieten van Trani, een aangenaam stadje aan de Ionische Zee. Ook toen was het mooie weer van de partij.

Eindoordeel: ik kan heel moeilijk een oordeel geven over Puglia. We hebben veel moois gezien, maar het weer was heel dikwijls een spelbreker. Ik had ook niet gedacht dat het zo’n toeristische bestemming zou zijn . Hele busladingen, opvarenden van cruiseschepen vooral, in Alberobello en Matera. Dat had ik niet verwacht.Gelukkig waren de andere stadjes een stuk rustiger.

Nog meer foto’s? Kijk op onze flickr fotopagina.

En nog wat voor mijn archieven.  

Route:
Charleroi – Bari (Ryanair)
5 nachten Montalbano de Fasano
6 nachten Specchia
2 nachten Matera
3 nachten Vieste
Wagen (VW Polo) gehuurd bij Sicily By Car via AutoEurope. Slechte service, redelijke prijs.
Aantal gereden kilometers: 2.090 km … zeer veel voor zo’n klein gebied, maar dat kwam door het slechte weer.

Het weer: daar kan ik kort over zijn: onaangenaam (nat/heet&vochtig). En aangezien bij ons een vakantie staat en valt met het weer, hebben wij brute pech gehad.

Logies:

Montalbano di Fasano, Masseria Spetterrata
Ligging: afgelegen, te midden van 40 hectare aan eeuwenoude olijfboomgaarden – zeer rustig!
Kamer: zeer ruim, met een kingsize 4-posterbed, airco, WiFi, met groot terras met ligstoelen en uitzicht op de Valle d’Itria
Badkamer: ruim met grote inloopdouche
Faciliteiten:  
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, granen, en lekker verse cappuccino
-Restaurant waar we twee keer lekker en overvloedig gegeten hebben. De ligging van het restaurant was +/- 300 meter verder naar beneden langs een nogal rotsachtig steil en onverlicht pad. Doenbaar voor het ontbijt bij droog weer (dus niet toen wij er waren), maar niet voor het diner want om 19u is het pikdonker. Jammer dat je dan speciaal je auto moet nemen (700 meter met de auto).
-Infinity zwembad met ligstoelen, een niveau lager gelegen met prachtig uitzicht over de vallei
-Grote privé parking.
Algemene indruk: goede masseria met 10 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé terras, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Persoonlijke service. Zwakke WiFi. 
Prijs: OK. 

Specchia, I Mulicchi
Ligging: in een groot domein met oude olijfgaarden in het hart van de Salento, op 15 min. rijden van zowel de Ionische Zee als de Adriatische Zee – zeer rustig!
Kamer: de kamers waren verdeeld over het terrein in kleine gebouwtjes van telkens twee kamers, het deed een beetje bunkerachtig aan met de ijzeren deur en de kleine raampjes. Kamer was wat spartaans ingericht maar was zeer ruim, met een kingsize bed, airco, WiFi, groot privé terras/tuintje met ligstoelen en een hangmat, een tafeltje en twee stoelen. Door het slechte weer was onze kamer zeer vochtig, zowel onze kleren als het beddengoed, de handdoeken. Na dag drie hadden we eindelijk door dat we de airco op de ontvochtigingsstand konden zetten waardoor dit probleem min of meer opgelost was.
Badkamer: zeer ruim, met grote douche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, en lekker verse cappuccino. Ontbijt werd slechts mondjesmaat bijgevuld.
-Zwembad in de tuin met ligstoelen
-Grote privé parking.
Algemene indruk: iets minder dan de vorige masseria, 13 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé tuintje, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal.
Prijs: te duur. 

Ligging: een 16de eeuws pand gelegen in de Sassi Caveoso di Matera (UNESCO werelderfgoed). Het ‘hotel’ bestaat uit verschillende rotswoningen die allemaal zijn omgevormd tot luxekamers.
Kamer: ruime kamer uitgehouwen in de rots, zeer smaakvol ingericht – de eigenaresse was een vrouw en dat merk je aan allerlei kleine details – met een kingsize bed, airco, WiFi. Alle kamers zijn verschillend van grootte/ligging, maar de onze had ook een klein terras met een tafeltje en 2 stoelen.
Badkamer: ruim, met inloopdouche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, en lekker verse cappuccino.

Algemene indruk: luxe verblijf in het hart van de Sassi, zeer bijzonder! In totaal 6 rotskamers, naast en boven elkaar gelegen, allemaal met eigen ingang. Iedere kamer had een minibar, koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal. Geen parking, maar parkeren kan in een bewaakte parkeergarage op 7 min. lopen (sleutel moet je afgeven) en je kan ervoor kiezen om je bagage naar/van het hotel te laten brengen want het zijn nogal wat trappen …
Prijs: duur, maar zijn geld meer dan waard.

Ligging: aan het strand in San Lorenzo, 2 minuten rijden van Vieste.
Kamer: ruime, beetje ouderwets aandoende kamer met kingsize bed, airco, WiFi, en giga terras met dubbel ligbed en grote hangmat. Zicht op zee.
Badkamer: grote badkamer met kleine douchecabine (dat snapte ik niet goed want er was zoveel plaats om een ruimere douche te plaatsen).
Faciliteiten:
-Uitgebreid ontbijtbuffet, dwz het standaard Italiaanse zoals hierboven maar dan uitgebreid met eitjes, appelsienen om zelf te persen, een volledige prosciutto crudo waar je zelf mocht van snijden, enz. en ook hier weer zeer lekkere verse cappuccino.

-Zwembad in de tuin met veel ligbedden.
-Tennisterrein.

-Eigen privé parking.
Algemene indruk: het roze gekleurde castellino maakte een wat frivole/kinky eerste indruk. Het was ook een rare constructie met in totaal 14 kamers. Alles was zeer netjes en goed verzorgd, en de receptie was 24/7 bemand. Ook hier weer minibar, koffie/theefaciliteiten op de kamer en prima WiFi, maar ook een gezellig groot terras met zicht op zee. Een extra pro: in de kamerprijs zijn twee ligbedden en een parasol bij Lido Marilupe inbegrepen. Het lido bevindt zich schuin tegenover het hotel.
Prijs: zeer goed.

Andalucía revisited

Onze vakantie zit er weer op. Ik ga er geen lang verhaal van maken, want het is niet de eerste keer dat we Andalusië verkennen. Al hebben we dit jaar nog eens een paar dagen in Ronda doorgebracht. Dat was minstens 25 jaar geleden!

Het lijkt  wel een trip down memory lane want ook Arcos de la Frontera stond op het programma. Deze keer waren we wel zo verstandig om onze auto in de benedenstad te parkeren … de smalle straatjes in het centro storico hoog op de berg – waar we vorige keer bijna vast kwamen te zitten – in gedachten. Neen, een brede SUV is hier niet echt praktisch. 

In Nerja – nog langer geleden – hebben we kennissen bezocht. Ik heb nooit zoveel gehad met Nerja en dat is met dit bezoek niet veranderd.
 
Het dorpje Frigiliana dat ooit behoorde tot een van de mooiste pueblos blancos in Spanje – en het ís ook nog wel mooi – heeft me toch wat teleurgesteld. Zoveel brol en souvenirwinkeltjes in de lieflijke straatjes. Ik kan mij dat niet herinneren van vroeger. Of keek ik vroeger met andere ogen en ben ik nu alerter op zulke zaken? Ik zou mijn foto’s van destijds er eens moeten bijhalen.

Sevilla mocht natuurlijk ook niet in het rijtje ontbreken. Als er één stad is die mij écht raakt, dan is het Sevilla. Deze stad ademt passie en vertegenwoordigt het échte Andalusië. Ik wil er iedere keer opnieuw naartoe … sfeer snuiven en hoekjes zoeken waar er gedanst en gezongen wordt. De sevillana of flamenco is hier nooit ver weg. Een toeristische stad, zeer zeker, maar hier stoort het me niet. In Sevilla heb ik het gevoel dat ik me helemaal in mezelf kan keren. Ik loop/zit/sta op mijn eigen eiland. Een gevoel dat moeilijk te verklaren is.

En zoals altijd hebben we ook nu weer genoten van al het schoons dat we zagen onderweg. Glooiende heuvels met graan en groen en miljoenen zonnebloemen, ooievaars hoog op de pylonen langs de weg, slaperige dorpjes en nog zoveel meer.

Genoten hebben we ook van de zee en het strand, van de eenvoudige doch lekkere en vooral goedkope keuken. Toch hoef ik de eerste maanden geen boquerones meer, en ook geen sardinas. Voor jamón ibérico daarentegen mag je me altijd wakker maken. En ook voor een goed glas sherry oloroso dulce!

Nog veel meer foto’s op onze flickr fotopagina.

Nu nog wat voor mijn archieven.

Route:
Antwerpen – Málaga (Jetairfly)
4 nachten Málaga (uitstap Nerja, Frigiliana)
2 nachten Ronda (via Grazalema en Zahara de la Sierra)
2 nachten Sevilla
9 nachten Conil de la Frontera (uitstap Arcos de la Frontera, Cádiz, Tarifa, Bolonia)
Wagen (Opel Corsa) gehuurd bij Helle Hollis. Super service en zeer redelijke prijs!
Aantal gereden kilometers: 829 wat heel wat minder is dan gewoonlijk.

Het weer: zeer warm met vooral in Ronda, Sevilla en Arcos voor mij ondraaglijk heet. Ook in Conil was het zeer warm maar daar is er altijd een (flinke) bries.

Logies:

Málaga, Villa Lorena

Net zoals in 2014 logeerden we ook nu weer in de Villa. Deze keer had ik een kamer met terras geboekt (Jackie Kennedy). Deze was rustig gelegen op de eerste verdieping en was voldoende ruim.
Er zijn nog steeds fietsen gratis beschikbaar voor iedere gast, de ‘honesty bar’ is er nog, het ontbijt is nog super lekker en Jeroen en Frens zijn nog even hartelijk als twee jaar geleden. 
Prijs/kwaliteit: goed.

Ronda, hotel Colón

1* hotelletje op super locatie, vlakbij de arena en de Puente Nuevo. Ik zou het nooit geboekt hebben, moesten de reviews niet stuk voor stuk uitzonderlijk positief zijn geweest. Het hotel heeft 10 kamers die van alle faciliteiten voorzien zijn.
Je krijgt hier (beneden in het ‘café’ tussen de locals) een eenvoudig en typisch Spaans ontbijt geserveerd bestaande uit zeer lekkere koffie, vers fruitsap, vers geroosterde toast met olijfolie en tomaat (pan tomaca)  maar ook gewoon boter, pâtés en confituur.
Prijs/kwaliteit: het verbaast me nog steeds dat de twee dames hun hotelletje kunnen runnen voor zo’n belachelijk lage prijs. Wij betaalden 97 euro voor 2 nachten kamer + ontbijt voor twee personen.

Hotel met 27 kamers verspreid over verschillende gebouwen in de wijk Arenal  (Casco Antiguo). Ligging was OK doch ik verkies de wijk La Judería. Dit is een luxe boutique hotel met patios en binnentuintjes in de gebouwen. Helaas – vanwege de binnentuintjes – niet geheel soundproof ’s nachts. 
Het is een ramp om je auto kwijt te geraken in Sevilla. Dit hotel heeft een eigen parking met valet service wat zeer handig is.
Lekker ontbijt(buffet) ’s morgens, en goede service. Mag ook wel voor de prijs die we betaalden.
Prijs/kwaliteit: aan de dure kant.

Conil de la Frontera, hotel Fuerte Conil 
Strandhotel met 469 kamers (verdeeld over twee gebouwen). Hoe ik dat ooit heb kunnen boeken, dat begrijp ik nog steeds niet. Waarschijnlijk alleen naar de reviews gekeken. 
Op zich was er met het hotel niks mis. Het viel ook niet op dat het zo’n mastodont was, maar het was toch niet direct onze stijl. Overwegend Duitse toeristen en in het weekend veel Spanjaarden. Je wordt dan ook door iedereen in het Duits aangesproken. Jammer als je je Spaans nog eens wil ophalen. 
We hadden een goede kamer, rustig gelegen zoals ik had gevraagd, met alles erop en eraan. Buiten de airco die (voor ons, wij hebben het graag goed koud ’s nachts) niet voldoende koelde was alles OK.
Mooie tropische tuin met zwembaden en veel ligbedden. Ligbedden op het strand apart te betalen (vind ik niet normaal voor een strandhotel).
Uitgebreid ontbijtbuffet met cava en heel de tralala wat voor mij echt niet hoeft. 
Prijs/kwaliteit: dankzij het feit dat ik zo vroeg geboekt had (oktober 2015) hebben we een koopje gedaan. In ons geval prijs/kwaliteit zeer goed. Ik zou er nooit de officiële prijs voor willen betalen.

Eten en drinken:
Geen uitspattingen, altijd in de plaatselijke restaurantjes gegeten. Verse vis en schaaldieren uiteraard, en aan de Costa de la Luz veel gerechten met rode tonijn (atún de la almadraba wordt in die wateren gevangen) maar ook het rund- en varkensvlees is er zeer lekker van smaak. Lekker en goedkoop!