Vroenhout

Eten en drinken op restaurant … we doen dat graag. En dikwijls. Té dikwijls, zegt mijn figuur.
Bij gebrek aan inspiratie voor een blogpost met wat meer ‘inhoud’, deze keer maar eens een foto van een zeer lekker diner bij Restaurant Vroenhout, vorige week, waarbij al mijn zintuigen geprikkeld werden. En dat kwam niet alleen door de mooie schilderijtjes op het bord, maar ook door de uiterst charmante – eye candy – gastheer-met-een-accentje. Tenminste, daar werd mijn gehoor door geprikkeld want ik hou van zuiderse klanken. Meer moet je er echt niet achter te zoeken. 😉

Jagersrust revisited

Het was niet onze bedoeling om buitenshuis te lunchen vandaag … de laatste tijd wordt er nog nauwelijks thuis gegeten heb ik de indruk. Maar goed, het kwam nu zo uit. We moesten in Essen iets ophalen en daarna naar de AH in Putte. De kortste weg is via de Huijbergsebaan en dan kom je vanzelf uit bij het kruispunt van de Jagersrust. En het was etenstijd. Tja, wat doe je dan? De beslissing was heel snel genomen: we gingen even een kleinigheidje eten in de heerlijke tuin.

Maar bij het bekijken van de kaart kregen we plots toch wel heel veel zin in het 3-gangen lunchmenu (keuzemenu à 27.50 euro). ‘Dan moet je vanavond niet meer koken’, zei manlief nog. Alsof we een excuus nodig hebben om een lekkere maaltijd te nuttigen!

En het was weer heel lekker en verzorgd. De kwaliteit bij de Jagersrust blijft constant, en wat ik ook heel prettig vind is dat, sinds wij er komen, en dat is vanaf het begin: 15 jaar dus, er nog steeds hetzelfde personeel is. We worden er dan ook altijd als goede bekenden begroet, maar het blijft professioneel.

Ik heb alleen foto’s van mijn gerechten:

scampi / mango / noedels
zeebaars / wortel / asperge
aspergesoepje
panna cotta / vanilleijs / appel / popcorn.

Op trot

Manlief had gisteren vrij. Ik heb alle donderdagen vrij. En ik kan moeilijk thuis blijven, ben daar te rusteloos voor. ’s Morgens mijn rijtje webcams, weerberichten en dergelijke bekeken en alleen diep in de Ardennen zag het weer eruit zoals wij het graag hebben: zon, met andere woorden. Nog snel even de Michelin website geraadpleegd voor een lunchadres en rijden maar!

Een kleine twee uren later – gelukkig verliep het verkeer zeer vlot – zaten we in Durbuy op een zonnig terras. Het is een stadje van ‘een voorschoot groot’ – het kleinste stadje ter wereld, wordt er gezegd – dus we hadden alle tijd om het heel rustig aan te doen.

Na de koffie ging manlief in het Office de Tourisme een plattegrond vragen en daar ging hij volledig de mist in. Ik hoor het hem nog vragen: hebt u een plannetje van het dorp?! Dat viel bij de dame achter de toog écht niet in goede aarde. “Van de STAD“, zei ze en ze gooide hem het plannetje toe.

Na nog even te hebben rondgewandeld werd het tijd voor de lunch. Maar liefst drie restaurants met een bib gourmand zijn er in Durbuy: Fred, de brasserie van Le Sanglier des Ardennes, Le Fou du Roy en Le Clos des Récollets. Het was mooi weer, niet te warm en niet te koud, we wilden dus wel graag buiten eten. Fred viel al direct af. Het terras ligt letterlijk op de straat, de hoofdstraat dan nog. Le Fou du Roy had wel een mooi terras opzij van het restaurant maar de garçon was niet de vriendelijkste mens en er zat, ondanks het al redelijk late uur, nog niemand. Dat vinden we niet gezellig. Le Clos des Récollets had wel een aantrekkelijk terras, op een klein rustig pleintje. Er zaten wat mensen te eten en het bib menu (Le Menu du Clos) beviel ons wel.

De amuses (3 stuks) waren heel lekker. Het voorgerecht (poêlée de scampis à l’ail et fines herbes, gâteau d’avocat, salade croquante aux graines de sésame) was niet slecht maar de groentjes die onder de scampis lagen waren nogal aan de zure kant. Je proefde eigenlijk weinig scampi. Bij het hoofdgerecht (filet de merlu de St. Jean de Luz, salade croquante de fenouil et radis roses, sauce aux aromates et coulis de poivrons rouges) een beetje hetzelfde probleem. Ik vond ook dat de vlag de lading niet helemaal dekte. Het dessert (gazpacho d’ananas à la vanille et au citron, sorbet basilic et fruits rouges) was ook maar minnetjes. Het viel een beetje tegen, quoi. Gelukkig was de huiswijn wel lekker!

Wat presentatie betreft was het wel in orde. De bediening was matig. De jongeman was zeer koel, de dame was een pak hartelijker.
Ik zou misschien eens moeten afstappen van mijn ‘bib gourmand’ idee en gewoon ergens gaan zitten waar het ons bevalt. Er zijn daar in dat mini stadje tientallen eetgelegenheden … meestal wel aan de prijs trouwens! Enfin, volgende keer (als die er nog komt) gaan we in ieder geval ergens anders.

Na de lunch hebben we de stadswandeling uit de brochure gedaan. In minder dan een uur – en op het gemakje – waren we helemaal rond. Ons viel op dat het eigenlijk erg rustig was in dit supertoeristische stadje. Wel zo prettig om niet over de koppen te moeten lopen.

Na nog een laatste stop op weer een ander terras – het stikt van de terrassen en restaurants in Durbuy – zijn we langs rustige landweggetjes terug naar huis gereden. En hoewel ik echt een zeemens ben, was dit toch een fijne uitstap.

Het Oude Raadhuis

Vanmiddag hebben we geluncht bij Het Oude Raadhuis in Halsteren. Nooit eerder over gehoord, en toevallig gevonden omdat ik op zoek was naar een restaurant met een bib gourmand bij ons in de buurt. Dat ze dan ook nog deelnamen aan de ‘Rising Stars’ week was mooi meegenomen.

Het restaurant is gehuisvest in het voormalige gemeentehuis, een schitterend pand van 1633. Veel oude elementen zijn bewaard gebleven, het restaurant is passend bemeubeld en het straalt gezelligheid en een warme sfeer uit. Helaas, zoals zo vaak in Nederland tijdens de lunch, waren we ook hier weer de enige gasten.
We begonnen met een flesje witte wijn. Meerdere open wijnen en halve flesjes hebben ze hier en wij kozen voor een Spaanse witte Coto de Hayas 2009, een blend van chardonnay, macabeo en moscatel. Een kruidige wijn met een aparte afdronk. Zeer lekker als aperitief, maar helemaal fout bij mijn voorgerecht. Mijn eigen schuld natuurlijk.

Als amuse kregen we een vierkantje tempeh met een toefje zeer pittige mayonaise en een kroketje van kalfswang met een cremig sausje. Ik had nooit eerder tempeh gegeten (ben niet zo van de vegetarische keuken), maar de smaak viel niet tegen. Het kroketje was gewoon erg lekker en vol van smaak. Dikke sneden bruin brood kwamen op tafel, alsook gezouten boter en kruidenboter.

Voor het Rising Stars lunchmenu mochten we kiezen uit het normale bib gourmand keuzemenu (voor het diner mag je kiezen uit het Oude Raadhuis keuzemenu). Een prima initiatief. Zo weet je meteen wat de keuken te bieden heeft als je hier zonder een of andere actie komt eten.

Onze keuze viel op
Wilde duif: op het karkas gebraden / rode biet / brioche / vinaigrette van hazelnoten
Een mooi gedresseerd bord met stukjes perfect gebraden duif, een geconfijt pootje, vierkantjes geroosterde brioche, hazelnootjes en rode biet. Manlief was hier zeer blij mee.

Schotse wilde zalm: Marokkaanse specerijen / Hollandse garnalen / crème van sjalotten
Twee stukken zalm en grijze garnalen op een gelei met Marokkaanse kruiden, wat toefjes sla en cressjes her en der en een fijne crème van sjalotten. Ik ben geen fan van Marokkaanse kruiden en ik vond ze wat overheersen, maar al bij al een lekker gerecht. En manlief was maar wat blij met de gelei met Marokkaanse kruiden!

Na het voorgerecht kregen we een spoom aangeboden waarna onze hoofdgerechten volgden.

Nieuw-Zeelandse hert: rugfilet gebraden / winterse garnituren / jus van de Merlotdruif en bittere chocolade
Veel mooie stukken botermalse hertenfilet, gehalveerde spruitjes bestrooid met truffel, rode kool en quenelletjes knolselderpuree. Wat heeft hij gesmuld!

Rugstuk kabeljauw: op de huid gebakken / crème saus / Thoolse aardappel
Een groot stuk perfect gegaarde kabeljauw, ook de spruitjes met truffel en de knolselderpuree en verder nog gekookte Thoolse aardappeltjes en een variatie op pommes parisiennes. Ik bestelde er nog een glas aangepaste wijn bij, een Bourgogne, 100% chardonnay die uitstekend paste bij de overheerlijke kabeljauw.

Voor het dessert kregen we nog een pre-dessert amuse: coulis van bosvruchten met frambozenschuim versierd met knettersuiker. Dat kennen we niet in België. We vonden het wel grappig.

Als laatste kwam de Zoete verfrissing: ijstaart / bloedsinaasappel / hangop van mandarijn / grapefruit
Een kleurrijk bord met een allerlei variaties van (citrus)vruchten. Een ijshorentje, een mousse-je, macarons, een dikke streep sinaasappelgelei, hangop, partjes roze pompelmoes. Een frisse fruitige afsluiter.

We sloten af met koffie. Gewone koffie want koffie complet met friandises kon er echt niet meer bij.

We hebben nog een gemoedelijke babbel gedaan met de mątre/sommelier Рeen voordeel als je de enige gasten bent Рen we hebben van hem nog een mooi cadeau gekregen. Op 24 november gaan we hier nog een keer dineren. Tevreden gasten? Wij wel in ieder geval.

Reisverslag!

En zo werd het weer juni, al sinds jaar en dag onze vakantiemaand. Dat de reis voor de derde keer op rij naar Portugal zou gaan, dat wisten we al van vorig jaar augustus toen ik bij Brussels Airlines supergoedkope vliegtickets op de kop heb kunnen tikken (72 euro pp retour naar Porto). We zouden wel andere steden doen dan vorig jaar, er is tenslotte meer dan genoeg te zien en te ontdekken in Portugal.

Zoonlief en zijn meisje brachten ons op 3 juni naar de luchthaven, en na een voorspoedige vlucht landden we tegen de middag op de luchthaven van Porto. De auto (een Peugeot 207 SW diesel) was snel opgehaald bij Europcar. GPS geïnstalleerd, adres van het hotel in Braga ingevoerd en daar gingen we …
Onderweg, bij het eerste het beste kraam “se vende cerejas do resende” meteen maar een kilo kersen gekocht. 2,50 euro voor lekker knapperige zoete kersen. Dat een kilometer verderop het aanbod alsmaar groter en de prijs alsmaar kleiner werd kon en mocht de pret niet drukken. Nu ja, ze waren lekker en de 2,50 euro meer dan waard.

Eenmaal in Braga nogal wat rondjes gereden alvorens we de hotelparking gevonden hadden! Het is wat met die eenrichtingsstraten daar. Ingecheckt in hotel Bracara Augusta en heel snel terug naar buiten, voor een lichte lunch in de zon op het grote plein in het midden van de stad. In deze oude steden betaal je nog steeds extra als je wat verbruikt op de esplanada (het terras dus).

Nadien hebben we Braga verkend en ’s avonds hebben we genoten van een lekker diner in het hotelrestaurant Centurium, door Michelin bekroond met een bib gourmand. Als hotelgasten kregen we een gratis aperitief aangeboden, ook het couvert was ‘on the house’ en water stond standaard op tafel. Daar bovenop nog eens 15% korting. Een aanrader in Braga!

Dag twee begon met een uitgebreid ontbijt (buffet). Er stond naast de standaard koffiemachine een professionele Nespresso met een ruime keuze aan cupjes. En geen mens die wist hoe het apparaat werkte … behalve wij. Hahaha! Na het ontbijt zijn we naar Viana do Castelo gereden, een stadje gelegen aan zee. Het stadje op zich stelde niet veel voor, maar het was lekker warm en het strand lonkte … we hebben dus een paar uren op het strand zitten lezen. Deed wel deugd, die heerlijke warme zon na de natte en koude lente thuis! Het viel wel op dat het daar nog helemaal geen strandseizoen is, ook niet op de andere stranden die we bezocht hebben aan de kust in het noorden en het centrum. ’s Avonds bacalhau assado na brasa gegeten bij Inácio in Braga met een fles rode vinho verde (lekker, als hij fris geschonken wordt).

De volgende dag hebben we in de voormiddag wat geshopt want er zijn ontzettend veel winkels in Braga, vooral schoenwinkels. Manlief heeft twee paar schoenen gekocht en een mooie jeans. Ook aan de vele pastelarias kon hij heel moeilijk weerstaan. Helaas geen schoenen voor mij want als je maat 41 vraagt voor een damesschoen kijken ze je aan of ze het in Keulen horen donderen. Jammer, want ik heb wel honderd paar gezien die me aanstonden.

’s Middags hebben we – uiteraard, zou ik zeggen – het sanctuarium Bom Jesús do Monte in Teñoes bezocht. Bom Jesús is een van de heilige plaatsen in Portugal waar destijds – en nog steeds, had ik de indruk – veel bedevaarders kwamen. De barokke kerk aan het eind van een 116 meter hoge trappengalerij is te bereiken via 686 trappen. Je kon er ook met de auto naartoe … even raden wat wij gedaan hebben!

Helaas is het weer toen omgeslagen en toen we even later in Guimarães aankwamen – European Cultural Capital 2012 & UNESCO World Heritage Site – viel er zo af en toe wat lichte regen. We hebben toch nog een tijd doorheen deze middeleeuwse stad, de eerste hoofdstad van Portugal, gelopen. ’s Avonds hebben we nogmaals in het hotel gegeten: cataplana de marisco. Cataplana is een typisch Portugees gerecht (vis, zeevruchten, kip, …) dat wordt gestoofd en opgediend in een ‘cataplana‘, een koperen pan met deksel in de vorm van een grote visschelp.

De volgende morgen was het tijd om Braga te verlaten en onze reis verder te zetten, naar Óbidos. We hebben een kleine omweg gemaakt langs Costa Nova om de gekleurde huisjes te bekijken. Een plaatsje met een heel erg ‘aan zee’ gevoel.

In de namiddag ingecheckt in hotel Real d’Óbidos. Gelukkig had het hotel een garage, want in zo’n klein stadje met ultrasmalle straatjes een parkeerplaats vinden is geen simpele zaak! Óbidos is heel toeristisch, overdag heel druk met dagjesmensen (busladingen vol, een beetje zoals Sintra), maar ’s avonds geen levende ziel te zien. Het is een klein stadje en op een paar uren heb je ’t daar wel gezien.

We hebben ook de hele stadsomwalling gewandeld en waren ook daar in een goed uur mee rond. Ik vond het wel de moeite waard om het stadje vanuit de hoogte te bekijken, al was het best vermoeiend want ook in deze stad zijn de hoogteverschillen aanzienlijk. Ook te merken op de stadswallen!

Het aanbod aan restaurants is in Óbidos niet om over naar huis te schrijven – echt gericht op toeristen – en na twee wat mindere ervaringen zijn we op onze laatste avond maar in de Pousada Castelo de Óbidos gaan eten. Ook dat was een tegenvaller: veel te duur voor wat het was en heel stijfdeftige bediening. Niks voor ons.

We hadden aanvankelijk drie nachten geboekt in Óbidos, maar gezien het mooie weer van de eerste dagen (en de nabijheid van de zee) en de hitte die er op dat moment heerste in Évora (onze volgende stop), besloten we een dag te verlengen in Óbidos en een dag eraf te pitsen in Évora. Dat hadden we, achteraf gezien, beter niet gedaan want het weer sloeg nog maar eens een keer om. We hebben gelukkig wel één prachtige dag gehad aan het surfstrand in Baleal.

In het kort: Óbidos zelf is goed voor een halve dag, meer niet. Vanuit Óbidos hebben we nog een uitstap gemaakt naar Tomar en hebben daar een prachtig stukje Estremadura gereden. Het had wat weg van Toscane: glooiende heuvels, en hier en daar een quinta met een rijtje cipressen ervoor. Ook nog naar Nazaré geweest waar het dan ’s avonds toch weer prachtig weer was. Net zoals bij ons breekt ook hier de zon veel sneller door aan zee. Nazaré is nog zo’n typisch ouderwets kuststadje, waar oude dametjes in klederdracht aan de rand van de weg op een stoeltje kamers zitten te verhuren. Ontelbare bordjes met ‘se aluge quartos’ heb ik gezien. Op onze laatste dag in Óbidos begon het tegen de middag te miezeren. We zijn dan maar in de salon in het hotel gaan lezen. Een half dagje rust kan tenslotte nooit kwaad.

Op naar onze volgende bestemming: Évora. Een hele mooie rit langs de N114 en op het gemakje genieten van het zo mooie afwisselende landschap. Zo druk en bebouwd het Portugese noorden is, zo rustig en eindeloos is het zuiden.

Ingecheckt in het boutique hotel Albergaria do Calvário waar de ontvangst hartverwarmend was. Onze auto werd er door de voiturier in de garage gereden terwijl wij in de tuin wachtten met een glas Reguengo tot onze lunch zou geserveerd worden. Je voelt dat je hier een stuk zuidelijker zit. Het was er schitterend weer: warm, droge lucht en een fijne bries.

Wat later op de middag hebben we een wandeling door de leuke universiteitsstad Évora gemaakt, het Palácio en de Capelo de Cadaval bezocht, alsook de Romeinse overblijfselen. In Évora is het niet zo evident om op zondagavond een restaurant te vinden. De meeste zijn dan gesloten, zo ook de twee bib gourmands die ik had aangeduid. Dan maar het advies van de receptioniste van het hotel gevolgd en gegeten bij 1/4 para as 9. Het was niet slecht, maar ook geen hoogvlieger.

De volgende dag, na een super bio ontbijt (deels buffet, deels à la carte) Évora verder bezocht. Het mooie park onder andere, de route van de megalieten in Guadalupe gereden en naar het zeer hoog gelegen Évora Monte waar buiten een oude kasteelruine niets te zien was.’

s Avonds hebben we gegeten in de BL Lounge (bib). Niet de typische eenvoudige Portugese gerechten, maar een meer verfijnde keuken. We aten er onder andere een voorgerecht van koude aardappelen met knoflookmayonaise en favas com chorizo. Voor mij nadien een heerlijke risotto met groene asperges en gambas, voor manlief een reusachtige perfect gegrilde tonijnsteak. Ook een dessert van de dessertwagen mocht hier niet ontbreken (voor manlief althans). Het weer in Évora was eigenlijk perfect voor sightseeing: warm, doch niet té met veel zon en af en toe wat witte wolkjes.

Op 12 juni ’s morgens zijn we dan via de N wegen naar Cabanas de Tavira (ons ‘home away from home’) gereden. Een prachtige rit, strakblauwe lucht, dwars door de mooie natuur van de Alentejo en het Parque Natural do Vale do Guadiana. Net zoals vorig jaar hebben we ook nu weer genoten van de vergezichten onderweg: rijstvelden, olijfgaarden, wijnstokken, kurkeiken, ooievaars, oneindige graanvelden, zonnebloemen, …

Al snel vonden we onze residentie Cabanas Gardens en werden we door Chris naar ons appartement op de 1ste verdieping gebracht. Een mooi en nieuw appartement, niet zo groot als dat van vorig jaar, maar wel met alles erop en eraan, ook een ondergrondse garage en een lift. Net als vorig jaar was het ook hier zeer rustig.

Over de Algarve heb ik nog weinig te vertellen. We kennen het er ondertussen wel zo’n beetje. We hebben dankzij Tripadvisor nog wel wat nieuwe restaurantjes ontdekt, buiten het over-toeristische circuit, m.a.w. in een iets duurdere prijsklasse maar nog steeds maar een fractie van onze Belgische prijzen. Zo hebben we o.m. gedineerd bij Amore Vero, da Bairrada, Mesa do Cume en Jamie’s Cozinha. En verder de bekende adresjes van vorige jaren. Én ik heb één keer het fornuis gebruikt in ons appartement!

We hebben hier over het algemeen zeer mooi en aangenaam weer gehad, met één dag een uitschieter naar 41° toen we op uitstap waren naar Silves en Lagos. Lagos is een leuke badstad trouwens. Ook nog vrij authentiek, maar wel veel drukker dan Tavira.
De laatste dagen was er veel wind op het strand maar dan bood het heerlijke zwembad uitkomst. We hebben deze keer vaker het strand van Praia Verde bezocht. Eens iets anders dan Cabanas.

Op 21 juni zat onze tijd er hier op en met pijn in het hart namen we afscheid van de Algarve, om in één ruk weer naar het noorden te rijden, naar Porto waar we twee dagen nadien onze terugvlucht naar Brussel zouden nemen. Maar eerst nog een paar dagen genieten van de – voor mij – leukste stad in Portugal: Porto.

Ik had voor het gemak hetzelfde hotel geboekt als vorig jaar. Het is goed gelegen, heeft een garage in de buurt en – niet onbelangrijk – het is vlot te bereiken. Om 17u15 ingecheckt en om 17u30 zaten we al aan de porto! Nadien zijn we naar de Ribeira gelopen en hebben we de rivier gevolgd naar het nieuwe stadsdeel, een wijk met veel moderne gebouwen, dit mede dankzij de aanwezigheid van een befaamde universiteit voor architecten.

We hadden zo lang gelopen dat we om 21u compleet doodop het eerste het beste restaurant aan de Ribeira zijn binnengestrompeld. Ik herinner me niet eens de naam …

Het was die avond voetbal. Tsjechië speelde tegen Portugal en Portugal won! Wat een feest in de stad. Nooit gezien, nooit meegemaakt. Wij liepen ook met een (zeer bescheiden) Portugese vlag rond en het is onvoorstelbaar hoe je dan gewoon wordt opgenomen in het feestgedruis. Ik kan niet tellen hoeveel keer wij op straat omhelsd zijn door wildvreemden. Het was een heel fijne ervaring in ieder geval.

Dag twee, na een copieus ontbijt in het hotel, zijn we te voet tot aan de Ribeira gelopen en hebben daar de oude tram 1 genomen naar Foz de Douro, een soort voorstadje van Porto met luxe winkels en villa’s langsheen de ‘strand’-boulevard. Totaal iets anders dan de oude (voor mij echte) stad Porto.

Daar hebben we een eind langs de boulevard gelopen en wat gedronken op het terras bij Shis. Er stond veel wind maar achter het glas was het heerlijk. De prijs van een glas doodgewone porto was wel zwaar overdreven.

Nadien zijn we verder doorgelopen tot helemaal aan het einde van Matosinhos (het strand van Porto). Volgens de ober bij Shis was het maar een kwartier lopen, maar ik vermoed dat hij het zelf nooit gedaan heeft want wij hebben er een uur over gedaan, en flink doorgestapt ook nog! We zijn dan gaan kijken bij Os Lusíadas of het wat voor ons was (tip van een zakenrelatie) en hebben ter plekke gereserveerd voor het diner. Daarna op een terras aan de boulevard in Matosinhos een heerlijk verse gegrilde dorade gegeten. Samen met gebakken aardappelen in de schil en een flinke portie groenten 6 euro … Helemaal voldaan van het eten hebben we dan maar de bus teruggenomen naar de stad en zijn daar op een terras aan de kade van de Douro neergeploft.

’s Avonds hebben we de bus terug genomen naar Matosinhos voor ons – letterlijk – laatste avondmaal bij Os Lusíadas. We hebben hier de robalo nao forno ao sal (zeebaars in zoutkorst) gegeten, een gerecht waarvoor dit restaurant bekend staat. Het serveren van de vis is nog een heel ritueel dat kundig door de stijfdeftige ober werd uitgevoerd. We hebben hier lekker gegeten hoewel ik de bediening veel te stijf vond. Er kon geen lachje vanaf. De mensen spraken ook nauwelijks Engels. Ik had het gevoel dat dit meer een restaurant is voor zakenmensen. In ieder geval: de rekening viel mee want, zoals bij alle betere visrestaurants, worden ook hier de prijzen aangegeven per kilo. Het blijft dus tot op het einde een verrassing wat je uiteindelijk gaat moeten betalen.

En na een laatste slechte nacht was dan echt het moment van opstappen aangebroken. Nog een laatste pingu (espresso met een beetje melk) op een terras in de zon, de auto ingeleverd (2800 km), en dan maar wachten op onze terugvlucht. En ondertussen alvast dromen van de volgende vakantie …

Info hotels (geselecteerd aan de hand van reviews op Tripadvisor, Fodor’s en booking.com):

Braga (3 nachten): Bracara Augusta, historisch hotel in het centrum van Braga. Klassieke kamer, niet al te groot, met een breed bed, bureau en zitje, flatscreen TV. Pillow menu, badjassen en een goed gevulde minibar. Er stond een fles water en een mandje fruit dat de volgende dagen werd aangevuld. Kamer was goed af te sluiten met luiken. Ruime badkamer in marmer met ligbad en kwaliteitsproducten, ook een scheerspiegel. Bad- en bedlinnen met het embleem van het hotel. Gratis wifi. Gratis parkeerplaats in voor het hotel gereserveerde parkeervakken op straat. Tuinterras en goed restaurant, stijlvol bemeubeld. ’s Morgens uitgebreid ontbijtbuffet. Buiten gewone koffie ook een professioneel Nespresso apparaat met veel verschillende cupjes. Prijs/kwaliteit: goed.

Óbidos (4 nachten): Real d’Óbidos, historisch hotel net buiten de stadsmuur in middeleeuwse stijl. Aparte sfeer, deed een beetje kloosterachtig aan. Personeel was gekleed in middeleeuwse klederdracht, wat ik toch wel overdreven vond. Klassieke kamer met twee extra lange queensize bedden, bureau en zitje. Pillow menu. Iedere avond een chocolaatje op het hoofdkussen. Flatscreen TV. Mooie ruime badkamer met ligbad. Bad- en bedlinnen met het embleem van het hotel. Zeer dunne muren! Internet te betalen (hotspot, 5 euro voor 24u op te gebruiken binnen de 7 dagen). Zwak signaal. Gratis garage onder het hotel. Zwembad met ligstoelen en terras. Groot salon met verschillende zithoeken naast de lobby met kasten vol met drank waarvan je jezelf mocht bedienen, systeem ‘honesty bar’. ’s Morgens uitgebreid ontbijtbuffet, met o.m. champagne en – helaas – afbakbroodjes. De ontbijtruimte was groot en had nauwelijks daglicht. Niet echt gezellig. Prijs/kwaliteit: goed. Het minst goede hotel deze vakantie.

Évora (2 nachten): Albergaria do Calvário, luchtig boutique hotel net binnen de stadsmuren gelegen. Ruime, luchtige doch vrij sobere kamer met een standaard dubbel bed. Pillow menu. Koelkastje met een paar flesjes water (gratis), flatscreen TV. Kleine badkamer in marmer met douche. Bad- en bedlinnen met het embleem van het hotel. Gratis wifi. Gratis garage onder het hotel (met voiturier). Diverse salons en een gezellige binnentuin waar je ’s morgens kon ontbijten of een lichte lunch bestellen. ’s Morgens uitgebreid ontbijt met organische producten, deels als buffet en deels à la carte. Verse pannenkoeken, eieren, spek, espresso, cappuccino, … alles naar believen. Wat hier vooral zal bijblijven is de hartelijkheid van het personeel. Nog nergens hebben wij ons zo welkom gevoeld. Prijs/kwaliteit: misschien iets te duur.

Cabanas de Tavira (9 nachten): nieuw appartement op de 1ste verdieping in residentie Cabanas Gardens met één slaapkamer met een goed dubbel bed, badkamer met bad, lavabomeubel, bidet en toilet. Verder een ruime living met grote flatscreen TV, DVD en BluRay-speler, iPod docking station, een hele kast vol met DVD’s, en verder een keuken met alles erop en eraan, incl. was- en vaatwasmachine, een terras met tuinmeubilair. Airco/verwarming. Gratis wifi. Gemeenschappelijk zwembad met ligbedden, ondergrondse garage. Alle deuren en poorten te openen met toegangscode. Gratis wifi. Prijs/kwaliteit: meer dan correct.

Porto (2 nachten): Porto Trindade, vrij nieuw designhotel, goed gelegen in het stadscentrum. Kamer 100% geluidsdicht, niet erg groot en de kasten volgestouwd met kussens. Pillow menu dus! Verder een flatscreen TV, koffie- en theezetfaciliteiten. Kleine design badkamer met douche, lavabo en toilet met goede producten. Bad- en bedlinnen met het embleem van het hotel. Gratis wifi, zwak signaal op de 5de verdieping. ’s Morgens uitgebreid ontbijtbuffet. Parkeergarage op 300m, het hotel nam de kosten tussen 18u en 09u voor zijn rekening. Prijs/kwaliteit: meer dan correct.

Hofstede De Blaak

Nog eens met wat dames van Rubriek gaan lunchen. Bij Hofstede De Blaak deze keer. Het was als vanouds heel gezellig, lekker gekletst en ook lekker gegeten al vond ik het toch wat minder dan onze eerdere ervaringen bij de Hofstede. Kan natuurlijk ook gewoon aan mij liggen …

Ik heb alleen foto’s genomen van mijn eigen gerechten. Ik verwacht nog wel een uitgebreidere recensie van onze huis-recensente. 🙂