Reünie

Vorige week hadden we een klasreünie met de meisjes van het middelbaar. Jaja, ik zat tot mijn 18de op een meisjesschool. Mét uniform.

We zijn afgestudeerd in 1973. Sommigen gingen onmiddellijk werken, anderen gingen verder studeren.

Ondanks de verschillende wegen die we insloegen zijn we wel altijd met elkaar in contact gebleven. We hadden een klas die heel goed aan elkaar hing, niet altijd tot jolijt van bepaalde leerkrachten.

Onze laatste klasreünie was in maart 2020, net voor de uitbraak van de pandemie.

In de loop der jaren zijn er al meerdere ‘meisjes’ afgevallen. Door een gebrek aan interesse, door andere bezigheden, door verhuis naar het buitenland, maar helaas ook door overlijden.

Ons groepje wordt steeds kleiner. Desondanks was het toch weer een fijn weerzien en hebben we gezellig een namiddag en avond volgebabbeld.

Volgend jaar maken we er een feestelijke editie van want dan zijn we vijftig jaar afgestudeerd. VIJFTIG jaar! We worden stilaan oud.

De Grungblavers

Hoewel ik een meisje van den buiten ben, hou ik van het Antwerps dialect. Ik heb vele jaren in Antwerpen school gelopen en gewerkt, mijn schoonfamilie is zo Antwerps als maar kan zijn en zodoende is het Antwerps ook een beetje mijn taal geworden.

De Grungblavers is een muziekgroep van een tiental vrienden – de ene al wat ouder dan de andere – die in het Antwerps zingen. De aanleiding tot het ontstaan van de groep is een dramatische gebeurtenis die zich voordeed in het gezin van de tekstschrijver, Guillaume Van der Stighelen: in 2011 viel zijn zoon Matti tijdens een studentenfuif in een onbeschermd keldergat en overleed ter plaatse.

Guillaume is als reclamemaker, columnist en auteur van verschillende boeken een man van woorden.  Na de dood van zijn zoon was het vertalen van evergreens naar de taal die hij het best begrijpt – het Antwerps – één van de bezigheden om zijn zinnen te verzetten en zijn gevoelens weer te geven. In zijn stamcafé Scaldis op het Eilandje in Antwerpen heeft hij een tijdje later voor het eerst enkele van die grungblavers (evergreens) gezongen. Veel van de teksten zijn zo goed als letterlijk vertaald en iedereen kent de wereldberoemde melodieën. Het was zo’n succes dat hij wat muzikale vrienden samenriep rond zijn piano en De Grungblavers waren geboren.

De Grungblavers, Lotto Arena 3/9/2022

Vorige zaterdag, tien jaar na het ontstaan, gaven ze hun laatste concert (*). En daar waren wij bij. Ik had er eerst niet veel zin in want we hebben ze al twee keer eerder gezien en ik zit ’s avonds liever in mijn zetel. Manlief wou wel graag en toen ik vrijdag op Ticketswap flink afgeprijsde tickets vond, leek dat toch een teken aan de wand dat we deze laatste niet mochten missen.

We hebben genoten, heel hard meegezongen, gelachen, en onze handen deden pijn van het applaudisseren. Het was een heel fijn concert.

(*) Het zal mij benieuwen of dit echt de allerlaatste was. Guillaume blijft sowieso schrijven en het is niet omdat deze bezetting het te druk heeft met andere zaken dat er niet een Grungblavers 2.0 komt.

Wil je horen hoe dat klinkt en de Antwerpse tekst lezen? Hierna een video.

Fietsen

Donderdag hebben we een rondje gefietst in de buurt van Katwijk. Best ver van huis voor een daguitstap.

Eigenlijk had ik drie nachten geboekt bij Van der Valk Sassenheim-Leiden en ik had vier lange fietstochten uitgestippeld. Maar toen kwam daar dat trombosebeen. Ik durf wel een korte fietstocht maken, maar vier dagen na elkaar 60-70 kilometer, dat vond ik toch niet zo verstandig. Hotel dus maar weer geannuleerd.

En toch wou ik eens in die regio gaan fietsen. Het is een van de weinige duingebieden waar we nog niet eerder gefietst hebben. En als ik iets in mijn kop heb …

Dus togen wij naar Katwijk aan Zee en genoten wij volop van de zon en iets minder van de harde wind tijdens een heerlijk ritje van een goeie 30 kilometer door de duinen tussen Noordwijk en Wassenaarseslag.

Foto’s? Natuurlijk! En ze zijn nog aanklikbaar ook.

1 september

De zomervakantie is voorbij. De scholen zijn weer begonnen.

Ook al heb ik al jaren geen schoolgaand kind meer, ik word daar nog altijd een beetje weemoedig van. Ik kon vroeger wel huilen als het tegen 1 september liep. Dag vrijheid, dag ‘losbandig’ leven. Wat zag ik er toch tegen op om weer tien lange maanden in het gareel te moeten lopen met de klok als eeuwige metgezel.

Daar heb ik – of wij – sinds mijn pensioen geen last meer van. Ik ben me vaak niet bewust van uur of tijd, weet soms niet eens welke dag het is. Ik sta op wanneer ik wil, eet nooit op vaste tijdstippen, doe zoveel mogelijk alleen waar ik zin in heb en zorg ervoor dat ik zo weinig mogelijk verplichtingen heb.

Waar ik wel last van heb, is het feit dat op 1 september ook het beste van de zomer voorbij is. Er kunnen nog wel mooie dagen volgen, maar er komt ook weer een lange herfst en een nog langere winter aan.

Akkoord, we hebben een mooie zomer gehad (vaak veel te heet voor mij – het is ook nooit goed) maar ik word niet vrolijk van de druilerige dagen die op ons afkomen.

Het is ook al zo goed te zien in de natuur. De bladeren aan de bomen verkleuren geel en bruin en de straten liggen al bezaaid met eikels.

’t Is weer voorbij die mooie zomer” in de vrolijke versie van #LikeMe vond ik een passende afsluiter van de mooie zomer.

Trauma

Zoon en schoondochter gaan een avondje met vrienden naar de stad. Met de trein, iets wat ze nooit doen.

De andere opa (Vava) komt op onze Kleine Man letten.

Terwijl hij in de keuken iets klaarmaakt om te eten voelt Vava zich niet goed worden. Hij draait weg en komt met een smak op de grond terecht. Hij is even buiten bewustzijn.

Als hij terug bijkomt ligt er een plas bloed op de grond. In de spiegel ziet hij dat zijn gezicht onder het bloed zit (*). Waarschijnlijk met zijn hoofd het kookeiland geraakt, dat herinnert hij zich later niet.

Zijn grootste zorg is natuurlijk Kleine Man. Die hoeft niet te zien hoe hij toegetakeld is. Terwijl hij zo goed en zo kwaad als het kan het bloed probeert te stelpen valt zijn hartslag weer weg en voelt hij dat hij opnieuw gaat flauwvallen. Gelukkig heeft hij zijn telefoon in zijn broekzak zodat hij snel zijn dichtstbijzijnde dochter op kan bellen.

Door al het tumult komt Kleine Man in de keuken en ziet zijn Vava en al het bloed. Het eerste wat hij zegt is “mama, ik wil mijn mama”. Op dat moment komt mama’s zus (tante L.) binnen die de regie overneemt. Ze belt een ambulance en verwittigt schoondochter, en ze probeert Kleine Man gerust te stellen. Schoondochter is in alle staten (logisch), zeker omdat ze niet direct in haar auto kan springen en nog minstens één à anderhalf uur nodig heeft om thuis te geraken.

De ambulance komt, de ambulanciers verzorgen de uitwendige letsels en nemen Vava mee naar het ziekenhuis.

Terwijl ontfermt tante L. zich over onze Kleine Man die totaal ontdaan in een hoekje blijft zitten tot zijn mama thuis komt. Steeds maar zeggend: “mijn mama moet komen”, … “ik wil mijn mama”, … “wanneer komt mijn mama”, …

~~~~~~~~~~

Ik wil het me niet voorstellen maar ik doe het toch. Wat als Vava een fatale hartstilstand had gekregen terwijl hij met een kleuter van vier alleen was en de ouders nog in geen uren thuis zouden komen? Afschuwelijk! Je moet er toch niet aan denken!

~~~~~~~~~~

Een week later …

Schoondochter zet Kleine Man hier af. Hij klampt zich huilend aan haar vast en wil niet dat ze weggaat. Het is gelukkig vlug over maar wel hartverscheurend.

Tijdens het fikfakken (=ravotten) in de zetel zegt Manlief “niet duwen hoor, anders val ik op de grond”. Waarop Kleine Man verschrikt vraagt “ook met bloed?”. Hij was er duidelijk nog mee bezig, al heeft hij zelf gezien dat het met Vava weer goed gaat.

Ook een verjaardagsfeestje bij een vriendje leidt tot eenzelfde scenario. Het liefst zou hij dan met zijn mama terug naar huis willen.

Kleine Man heeft altijd al last gehad van verlatingsangst en dat is er sinds dit voorval niet op verbeterd. Het zal zijn tijd nodig hebben. En misschien wat hulp van buitenaf. Donderdag naar school … afwachten hoe het daar gaat.

(*) Resultaat: een week ziekenhuis met een gebroken neus, gekneusde oogkas, een grote jaap boven zijn oog en een aantal gebroken ribben.
Na ettelijke onderzoeken en nog enkele bijna-hartstilstanden wordt er beslist om een pacemaker te plaatsen om komaf te maken met de hartritmestoornissen die hij had. Vava is weer in orde.

Zaterdag

Gisteren, zaterdag, had ik zin om het huis eens te verlaten. Eerst was er de warmte, dan dat trombosebeen dat me thuishield (en -houdt). Zaterdag was een perfecte dag voor een uitstapje.

Het was lang geleden dat we nog op de zaterdagmarkt / exotische markt / vreemdelingenmarkt in Antwerpen waren. Die laatste term mag je misschien niet meer gebruiken, maar ik doe het toch want het is exact wat het is. Het merendeel van de kramen wordt gerund door mensen van buitenlandse origine die hier hun heerlijke uitheemse producten aan de man/vrouw brengen. Wat meteen de sfeer van deze markt weergeeft: ik krijg er altijd een instant vakantiegevoel.

En natuurlijk gingen we – zoals gewoonlijk – met veel te veel lekkers naar huis.

Ons uitje was goed voor 5.000 stappen. Lang niet genoeg voor een gezond mens maar meer dan genoeg voor mijn trombosebeen en alvast 5 tot 10 maal meer dan ik er de laatste week gezet heb.

In de speeltuin

Ik brei nog even een vervolg aan mijn logje van dinsdag.

Dinsdag waren we met onze Kleine Man naar de speeltuin. Hij bleef maar dralen en keek duidelijk de kat uit de boom. Hij is niet echt een held met kindjes die hij niet kent.

‘In de speeltuin zijn er stoute kinderen’, zei hij (in het algemeen, niet specifiek voor deze speeltuin).

Ik zat strategisch op het terras en vond het interessant om kleuters / jonge kinderen onder elkaar bezig te zien. Er waren best wel wat exemplaren bij die, net als volwassenen, elkaar de duvel aandeden.

Zo was er een jongen (een jaar of vier, schat ik) die blijkbaar de zandbak voor zich alleen wou. Elk kind dat het waagde een voet in de zandbak te zetten kreeg een handvol zand in zijn gezicht. En geen moeder/vader/oma/opa die het kind tot de orde riep. Mijn handen jeukten …

Of de twee meisjes die elk met een speelgoedje aan het spelen waren. Het ene meisje wou persé het speelgoedje van het andere. Die wou dat natuurlijk niet afgeven. Wel, meisje 1 klopte er gewoon op! En weer geen mens die er iets van zei.

En dan zou ik de stiekemerd nog vergeten die kleinere kinderen van de trap van de glijbaan duwde omdat het hem niet snel genoeg ging. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Zo’n klein venijnig ventje. Bah!

Veel huilende kinderen dus!

En dan vraag ik me af:
-zijn zo’n machtsspelletjes onder (kleine) kinderen normaal?
-tasten ze hun grenzen af om te zien hoe ver ze kunnen gaan?
-ben ik laf omdat ik niet tussengekomen ben in deze ‘aanvaringen’?

Ik vind het niet mijn taak om het kind van een ander terecht te wijzen. Temeer omdat ik geen zin heb in discussies met andere (groot)ouders.

Ik heb er mij wel aan geërgerd in ieder geval. Een speeltuin zou plezant moeten zijn voor iedereen en (groot)ouders zouden hun kroost beter in de gaten mogen houden.