Weeral weg?

Weeral weg geweest? Je bent pas terug! mocht ik horen na vorig weekend.

Ja, weeral weg. Na dat darmonderzoek van vorige week maandag dacht ik: snel wegwezen voor ik misschien weer slecht nieuws krijg.

Zodoende verbleven wij vorig weekend in het Land van Cuijk. Het was mooi weer, dus de fietsen mochten moesten mee.

Dag één hebben we gefietst langs de Kraaijenbergse Plas, door het Groesbeekse Bos (o.a. de Zevenheuvelenweg) en de Mookerheide. Mooie fietstocht van 49 km.

Dag twee fietsten we van het hotel (VdV Cuijk) naar Nijmegen en later op de dag weer terug (35 km). We hebben de fietsen achtergelaten in een bewaakte fietsenstalling – een geweldige gratis service in diverse Nederlandse steden – en hebben te voet de 7 km lange stadswandeling van de VVV gedaan.

Nijmegen is zwaar gebombardeerd tijdens de tweede wereldoorlog en veel oude gebouwen zijn er niet meer. Na de oorlog heeft het tot in de jaren ’60 geduurd eer de stad terug opgebouwd werd, met de typische eentonige bouwstijl van die tijd.

Er waren al veel gevels in kersttooi en dat terwijl sinterklaas zaterdag pas in Nijmegen aankwam. Ook dat hebben we van dichtbij meegemaakt.

Dag drie hebben we – na op ons terras te hebben genoten van een prachtige zonsopgang en opnieuw een overheerlijk VdV ontbijt – 50 km langs de Maas gefietst, van Cuijk via Gennep tot aan het veer in Afferden, de Limburgse kant van de Maas. Dan langs Boxmeer en St. Agatha aan de Brabantse kant terug. De terugrit was de mooiste.

Het was een zalig weekend, met heerlijke temperaturen en alleen maar zon. Om snel weer over te doen.

Nabeschouwing vakantie

Oost west, thuis best. Ja, ik ben blij om weer thuis te zijn en in mijn eigen bed te slapen. Wat heb ik daarnaar verlangd! Mijn bed is tijdens elk verblijf buitenshuis dat wat ik het meeste mis.

Al voor we naar Spanje vertrokken hadden we besloten dat dit de laatste maal was dat we een maand in Spanje en/of op één en dezelfde plek zouden doorbrengen. En bij deze beslissing blijven we. Het wordt tijd om nieuwe horizonten op te zoeken en niet steeds weer op zoek te gaan naar herinneringen aan vervlogen tijden. Ik heb al iets in gedachten maar dat moet nog verder worden uitgewerkt (en vooral becijferd).

De vakantie op zich, wat zal ik zeggen …

Ik was natuurlijk mezelf niet met al mijn pijntjes en pijnen. Dat heeft toch wel een serieuze domper gezet op de vakantievreugde. Daar moet iets aan veranderen en daar ga ik ook achteraan. Ik denk dat ik daar nu wel klaar voor ben. Ik heb mijn chirurg gemaild haar een verwijzing gevraagd naar een andere tandarts-tandprotheticus. Baat het niet, dan schaadt het niet. Ik heb ondertussen ook een afspraak gemaakt voor een tweede opinie bij een handchirurg want de pijn aan mijn pols, waar ik ook al twee jaar mee op de sukkel ben, wordt steeds erger. Ook hier: baat het niet, dan schaadt het niet.

Het weer was ook niet wat het moest zijn. We hebben nog nooit zo weinig echt zonnige dagen gehad. Na elke zonnige-blauwe-lucht-dag volgde er wel een min of meer bewolkte. De temperatuur was wel veel hoger dan normaal en vaak was het drukkend warm, vooral als de zon niet volop scheen.
Maar als je je niet goed voelt, dan leg je op alle slakken zout.

Ondanks dat de vakantie niet helemaal was wat het moest zijn ga ik toch ook heel veel dingen missen.

Zo waren we bijvoorbeeld heel blij met het appartement. Splinternieuw en van alle gemakken voorzien, mooie ruimtes, fijn terras, rustige buren, verzorgde (jonge) tuin en zwembad, …
Moest het in mijn dorp in België staan, ik verhuisde sito presto.

De ontbijtjes en de churros op het terras bij Café Churrería Costa, …

De vele cafés con leche @ 1.40€ bij Panadería La Canasta, …
De eetcultuur waarbij het vooral om delen gaat … veel kleine gerechtjes op tafel om samen van te genieten, …

De uurtjes op het strand met een glas wijn of Tinto de Verano, …

De ijssalons met wel dertig verschillende soorten ijs, …
Het 3x daags buiten eten en in het algemeen het buiten leven, …

En wat ik nog het meeste ga missen is de lege agenda. We leefden daar zo’n beetje zoals tijdens de lockdown, met dit verschil dat we nu konden gaan en staan waar we wilden.
We zijn amper thuis en ik zie alweer een aantal afspraken in mijn agenda. Gelukkig zijn er ook leuke bij.

Maar ik mag al beginnen met een vervelende: vanaf vanavond op dieet en maandag een hele dag ziekenhuis voor een colonoscopie. Bah!

Terug thuis

We zijn thuis geraakt maar het heeft weer heel wat voeten in de aarde gehad.

Het openbaar vervoer in België hangt echt met haken en ogen aan elkaar, en dan heb ik het vooral over de Belgische Spoorwegen.

Wij kunnen gemakkelijk van en naar de luchthaven met de trein, we wonen op 200 meter van het station. Dat doen we dan ook altijd als we een vlucht hebben op een normaal uur.

De vlucht van Málaga naar Antwerpen duurde twee uren en twintig minuten – het lijkt iedere keer sneller en sneller te gaan – en om 14u15 stonden we gepakt en gezakt op Antwerp Airport op de bus te wachten die ons naar Berchem Station moest brengen (geen rechtsteeekse bus naar Antwerpen-Centraal). Dat ging vrij vlot. Om 14u50 waren we in Berchem.

Daar zagen we dat de eerstvolgende trein naar Antwerpen-Centraal om 15u06 zou vertrekken vanaf spoor 10. Wij helemaal naar spoor 10. Enkele minuten voordat de trein verwacht werd, aankondiging dat hij niet zou doorkomen wegens een probleem aan een wissel. Geen nood, vrijwel alle treinen rijden via Antwerpen Centraal. De volgende trein zou vertrekken vanaf spoor 7 … Wij weer naar beneden met twee zware koffers en opnieuw naar boven naar het andere perron. Roltrap? Vergeet het. Die was stuk.

Al snel werd er weer een vertraging aangekondigd, gelukkig maar van enkele minuten want onze boemel naar Roosendaal zou in Antwerpen-Centraal vertrekken om 15u37 van spoor 22 en wie Antwerpen-Centraal kent weet dat je soms ver moet stappen om van het ene spoor naar het andere te geraken. Maar goed, we waren ruim op tijd. De borden vermeldden om te beginnen al een vertraging van 29 minuten. Die werd steeds maar verlengd en liep uiteindelijk op tot 62 min. De volgende trein was afgeschaft want ‘lang weekend’-regeling maandag. De derde trein reed wel (met om te beginnen al 22 min. vertraging) maar stopte niet op de stations tussen Antwerpen en Roosendaal vanwege een netwerkstoring. Het was ondertussen al na 16u30 en wie weet wanneer zouden we thuis geraken?!

Wat doe je dan? Dan bel je een hulplijn: zoonlief die gelukkig thuis was. We hebben dan de tram genomen tot de dichstbijzijnde P&R waar hij ons heeft opgepikt. Om 17u30 waren we thuis.

Málaga naar Deurne – 1.762 km: 2u 20′
Deurne naar Heide – 24 km: 3u 15′

Hetzelfde overkwam ons trouwens toen we in maart terugkwamen van een reis naar Tenerife.

Oh, wat heb ik toch een hekel aan het openbaar vervoer.

FOMO

Twee dagen voor we weer naar huis zouden vertrekken kreeg ik een aanval van FOMO. Aan mijn behoefte ‘iets zien’ was nog niet voldaan.

Ik wou nog eens terug naar Casares. Heel lang geleden – minstens 25 jaar – waren we daar en ik herinnerde het mij als een aangenaam wit dorp, lang niet zo toeristisch als bv. Frigiliana.

Zoals alle pueblos blancos ligt ook Casares in de bergen, meer bepaald in de Sierra Crestelina. Vanaf de weg zie je het dorp liggen als een grote berg op elkaar gestapelde suikerklontjes, met op de top de ruïnes van een oud kasteel.


Dit zijn zo van die dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan. Zelfs het winkeltje waar we destijds Pata Negra (*) ham kochten zag er nog precies hetzelfde uit.

(*) Sinds 2014 mag de benaming Pata Negra (= ham van zwartpootvarkens die uitsluitend eikels van de kurkeik eten) bij wet niet meer gebruikt worden omdat er té veel vervalsing was door bv. de poten van witpootvarkens (die minder waard zijn) zwart te verven. Sindsdien spreekt men over Jamón Iberico de Bellota (de vroegere Pata Negra) en de goedkopere Jamón Serrano.

Het dorp is niet zo groot maar wel heel pittoresk en nog authentiek, met veel klimmen en dalen in de smalle straatjes.

Wat ik mij ook nog goed herinnerde was het mooie kerkhof helemaal boven in het dorp. Ja, een kerkhof kan ook ontroerend mooi en vredig zijn. Hier worden de doden bovengronds begraven in speciaal gebouwde witte nissen. En zij hebben een prachtig uitzicht over het dal.

Parque Natural El Torcal de Antequera

Ik heb het al eerder geschreven: Spanje biedt zoveel meer dan alleen zon en strand.

Donderdag hebben we gewandeld in het Parque Natural El Torcal. El Torcal ligt zo’n 30 kilometer ten noorden van Málaga. Van zodra je een paar kilometer van de kust weg bent zit je direct in het ruwe gebergte, de Montes de Málaga. Ik kan heel erg genieten van mooie bergritten waarbij het lijkt alsof je alleen op de wereld bent. De weg naar El Torcal is zo’n mooie bergweg.

El Torcal zelf is een spectaculair en bijna buitenaards natuurlijke formatie van vreemd gevormde rotsen die op elkaar lijken te zijn gestapeld en daar gewoon zijn achtergelaten. Dit indrukwekkende karstlandschap lag tot honderdvijftig miljoen jaar geleden onder de zee. De hevige bewegingen van de aardkorst dwongen het vervolgens omhoog de bergen in, tot zo’n 1300 meter hoog. De kalksteen behield zo zijn horizontale lagen.

Er zijn twee wandelpaden die je tot diep in de rotspartijen brengen. De groene wandeling is de kortste, en die hebben wij gevolgd. Hoewel het slechts een wandeling (*) is van twee en een halve kilometer (up & down), moet je toch wel wat conditie hebben om ze vlot te lopen (*). Voor mij was het in ieder geval een aanslag op mijn knieën en mijn rug.

(*) ‘Wandeling’ en ‘lopen’ zijn eigenlijk woorden die hier niet echt op hun plaats zijn. Het is eerder een uitdagende klauterpartij.

Ik heb mijn best gedaan om wat foto’s te nemen, maar zo’n overweldigende grootsheid is nauwelijks te vatten op beeld.

De tip voor deze excursie had ik van Els. Over haar interessante leven schrijf ik misschien nog wel eens een apart logje.

Na een late lunch zijn we nog even verder door gereden naar Antequera, een stad die aan de voet ligt van de El Torcal bergketen op 600 meter hoogte. Een leuke en propere stad met mooie gebouwen en een Moors kasteel dat op een overhangende rots boven de stad uittorent. We hebben er gewoon wat rondgewandeld en een terrasje gedaan want wat was het weer warm!

In totaal hebben we donderdag toch weer meer dan 8 kilometer geklauterd en gelopen.

Nerja

Dinsdag was het een mooie zonnige dag. Het weer is al de hele maand een beetje hit & miss. Zonnige dagen worden afgewisseld met dagen met sluierbewolking. De enige constante is de temperatuur: extreem warm voor de tijd van het jaar.

Maar maandag was het dus een mooie dag, ideaal voor een uitstap naar een mooi wit stadje: Nerja. Nerja ligt aan de zee, ten oosten van Málaga, een dik uur rijden van onze verblijfplaats. Het stadje heeft mooie stranden, maar daar gingen we niet voor.

De bekendste plek in Nerja is wellicht het Balcón de Europa van waar je een prachtig zicht hebt over de zee.

Ik hou het bij wat beelden want er valt voor de rest niet veel over te vertellen.

Toen we in Nerja uitgewandeld waren, wilden we nog naar Frigiliana. Dat ligt vlakbij en is wellicht het meest bekende en ook het meest fotogenieke witte dorp van Andalusië. Het is hoog in de heuvels gelegen en het oude centrum is alleen bereikbaar te voet, via ontelbare trappen. We hebben heel even een poging gedaan, maar met 32 graden was het voor mij echt veel te warm om die hindernissen te nemen. We hebben het dorp eerder al een paar keer bezocht. Deze keer blijft het bij een foto van op afstand.

¡Feria!

Na twee jaar corona en géén feria gingen de inwoners van San Pedro de Alcántara en wijde omtrek weer helemaal los tussen 18 en 23 oktober.

Wij hebben de laatste feria voor corona ook meegemaakt, in oktober 2019, en toen leek het toch allemaal nog net iets uitbundiger dan nu.

We hebben eerst het desfile de feria ecuestre y coches de caballos (paarden- en koetsendéfilé) aanschouwd. Het parcours lag vast, maar het is toch weer niet helemaal gevolgd. Typisch Spaans? Gelukkig stonden we op een strategische plaats zodat we er niets van hebben moeten missen.

Nadien zijn we naar het recinto ferial (festivalterrein) gereden om daar de dames in hun mooie jurken te gaan aanschouwen. We zijn niet lang gebleven want wat een lawaai! Twintig tenten, twintig keer andere muziek. Slecht voor onze oren!!

Sólo quiero caminar

En dat hebben we ook gedaan de afgelopen dagen!

We zijn hier nu dik drie weken en het werd stilaan tijd voor een ‘changement de décor’. Daarom zijn we dinsdag via via naar Cádiz gereden. Cádiz ligt aan de Costa de la Luz, op ruim 200 kilometer van waar we nu verblijven. We hebben een hele dag over de heenreis gedaan want er waren een aantal tussenstops die we (nog) eens wilden bezoeken.

We vertrokken onder een stralende zon maar hoe troostelozer de omgeving werd hoe grijzer ook het weer. De omgeving van Algeciras – dat is een van de havens van waaruit de schepen naar Tanger vertrekken – is echt zo vies, duidelijk te zien vanaf de autoweg. Maar we moesten er voorbij want onze eerste stop lag daar in de buurt.

Ik begin bij het begin:

Tarifa
Het meest zuidelijke punt van het Spaanse vasteland en tevens de plaats waar de Middellandse Zee de Atlantische Oceaan ontmoet. Net zoals andere steden in Spanje heeft Tarifa ook een rijke geschiedenis. Getuige daarvan zijn de belangrijke archeologische overblijfselen die dateren uit het paleolithicum en de bronstijd, maar ook Grieken en Feniciërs hebben hier geleefd. En Moren uiteraard. Wil je de uitleg lezen, klik dan even op de link anders wordt dit logje veel te lang – dat geldt voor alle hoofdstukjes.

Vandaag is Tarifa vooral dé plek voor watersporters vanwege de altijd harde wind en hoge golven. Bodyborders, windsurfers, kitesurfers,… prachtig om te zien. Bij helder weer is het één kleurrijk spektakel op het water. Helaas was het bewolkt en voor mooie foto’s was ik eraan voor de moeite. Bovendien stond het kleine beetje zon dat er was dan ook nog op de verkeerde plaats. Kan gebeuren.

Er heerst daar wel een heel fijne sfeer op het strand, getuige dit korte videootje.

Bolonia
Daar hebben we vlakbij het mooie witte strand de Ruinas Romanas de Baelo Claudia bezocht (gratis toegang voor EU-burgers). Je komt binnen via een klein museum met allerlei archeologische vondsten. De opgravingen zijn best wel indrukwekkend. Baelo Claudia is trouwens niet de naam van een persoon, maar wel de naam van het stadje Bolonia in de 1ste eeuw voor Christus.
Ook hier geen foto’s met blauwe luchten helaas.

Vejer de la Frontera
Vejer is een van de witte dorpen, gelegen op de Ruta de los Pueblos Blancos de Andalucía. Zoals alle witte dorpen is ook Vejer tegen een bergflank gebouwd. Dit wil zeggen veel klimmen en dalen! De straatjes zijn zo smal dat je maar beter je auto achterlaat aan het begin van het dorp.
Vejer de la Frontera is best wel een toeristische trekpleister.

Medina-Sidonia
Ook Medina-Sidonia is een van de witte dorpen op de route. Minder toeristisch dan Vejer. We zijn er maar even geweest want ik was ondertussen doodmoe.

Cádiz
Na een hele dag onderweg kwamen we ’s avonds in Cádiz aan. Ik had de dag voordien twee nachten geboekt bij Palacete de La Alameda. Na het inchecken een uurtje gerust en nadien op zoek gegaan naar een restaurant. Veel restaurants zijn alleen over de middag open. Cádiz is niet alleen een belangrijke havenstad maar ook een gewilde stop voor cruiseschepen. De opvarenden van de schepen zijn ’s avonds terug op hun schip en eten ’s middags in de stad. Vandaar dus. We hebben wel een dik half uur moeten lopen voor we iets vonden wat open was (en wat ons aanstond).

Na het diner nog even een poging gedaan om de Allerslimste Mens te kijken op de tablet, maar ver zijn we niet geraakt. Doodmoe waren we na 9 kilometer stappen.

Dag twee was gereserveerd voor een hernieuwde kennismaking met Cádiz. Ik had vooraf natuurlijk het nodige opzoekingswerk gedaan, websites van bezienswaardigheden gecheckt. De vele cruise-toeristen zorgden voor een enorme drukte in de stad. Daarom had ik bedacht om in de voormiddag een stadswandeling te doen met bezoek aan de overdekte markt en de overblijfselen van het Teatro Romano (gratis toegang voor EU-burgers), ’s middags een late lunch en vanaf 17u – dan zijn de daytrippers de stad weer uit – bezoek aan het Oratorio Santa Cueva, Oratorio San Felipe Neri en het Hospital de Mujeres.

Maar het loopt helaas niet altijd zoals het moet. Onze namiddagplanning liep namelijk helemaal in het honderd omdat – en daar had ik geen rekening mee gehouden – Cádiz reeds in wintermodus is en de musea slechts tot 16u open zijn. Geen avondopening dus.

Nu ja, we hebben ons niet verveeld. We hebben de voeten van onder ons lijf gelopen en hadden ’s avonds alweer 14 kilometer op de teller.

Wat random foto’s:

Donderdag zouden we na het uitchecken terug naar ‘huis’ rijden langs de Ruta de los Pueblos Blancos, door de Sierra de Grazalema.

Het weer besliste er anders over. Het was grijs en er hing een dik pak lage bewolking. Echt geen weer om door te bergen te rijden.

En plannen zijn er om gewijzigd te worden, nietwaar?

We hebben dan ’s morgens na een typisch ontbijtje in een bar (café, tostada con tomate y aceite) nog het Hospital de Mujeres bezocht. Bezoek is alleen toegestaan op de binnenplaats en in de rijkelijk versierde Capilla de Nuestra Señora del Carmen. Mooi en overdadig zoals we dat gewend zijn van de Katholieke Kerk.

Toen zat ons bezoek aan Cádiz erop en zijn we na nog een laatste tas koffie door het Parque Genovés naar de parking gewandeld.

Conil de la Frontera
Omdat ons oorspronkelijk plan vanwege de weersomstandigheden niet kon doorgaan zijn we naar Conil de la Frontera gereden. Daar hebben we jaren geleden verschillende heerlijke vakanties doorgebracht. De Costa de la Luz heeft de prachtigste stranden van Spanje en ook al was het nu verre van strandweer, we hebben toch genoten van onze korte wandeling en herinneringen opgehaald. Én nog maar eens lekkere tonijn gegeten tijdens de lunch. De Costa de la Luz is bekend voor zijn tonijnvangst: atún rojo salvaje (= wilde blauwvintonijn). Die wordt hier op een duurzame manier gevangen, volgens een eeuwenoude manier die la Almadraba heet. We hebben ons daar bij iedere maaltijd tijdens deze drie dagen tegoed aan gedaan, hetzij als carpaccio, als tataki, als sashimi of tartaar. Zo lekker én kraakvers vind je hem bij ons in België nergens, áls je al blauwvintonijn kan vinden … Heerlijk!!!

Uiteindelijk hebben we op die halve dag toch weer meer dan 8 kilometer gelopen.

En toen moesten we toch echt wel terug naar ‘huis’ en dat deden we via het Parque Natural Los Alcornocales. We zijn er niet meer uitgestapt maar genoten onderweg wel van de tientallen ooievaars die hoog op hun nesten zaten. Zo’n mooi zicht!

Dit was echt een driedaagse naar mijn hart. Veel doen, veel zien, en – ondanks dat ik niet graag wandel – toch veel caminar!!

Ik geef er nog een streepje muziek bij.

Vamos a la playa

Vorige week zijn we een halve dag naar het strand geweest. Ik doe dat niet graag, maar ik ben niet alleen en manlief is een enorme zonneklopper die wel van het strand houdt. We waren hier tenslotte al twee weken, dus het mocht wel eens.

Het was heel rustig op het strand, veel onbezette ligbedden hoewel het hier nog steeds heerlijk zomert … het was zo om en bij de dertig graden.

Ik moet zeggen dat ik er toch wel van genoten heb. Ik heb me zelfs kunnen concentreren op mijn boek en dat wil heel wat zeggen!

We zijn ook een dag naar Torremolinos geweest. Daar wou ik persé graag naartoe omdat we daar in 1977 onze vakantie hebben doorgebracht. Natuurlijk herkende ik er niets meer van. In mijn herinnering had je destijds de wijk Carihuela aan het strand en het oude stadscentrum in de bovenstad en dat was het. Carihuela bestaat nog steeds, maar er zijn in de loop der jaren vijf nieuwe strandzones bijgekomen: mooie brede stranden aan een aangename Paseo Maritimo.

Eerst hebben we Casa de los Navajas bezocht, een prachtige villa gebouwd tussen 1920 en 1930 in Neo-Mudéjar stijl. (*) De villa ligt hoog in de Bajondillo wijk en kijkt uit over de zee en over de flatgebouwen die er inmiddels gebouwd zijn.

(*) Mudéjar is een kunststijl waarin moslim- en christelijke kunstvormen zijn verweven. Vrijwel overal in Spanje vind je gebouwen in Mudéjar stijl … een overblijfsel van de reconquista.