Terug

Yep, we zijn alweer terug thuis. Veel vroeger dan voorzien.

In plaats van extra nachten bij te boeken aan het Meer van Genève hebben we er zelfs nog één nacht vanaf gepitst.

Geveld door de hitte hebben we vrijdagmorgen uitgecheckt. De receptioniste zou haar best doen om de laatste geboekte nacht terug te betalen (waar ik overigens niet om gevraagd had), maar ook al had ik drie nachten boete moeten betalen bij wijze van spreken, ik kon daar niet blijven. Ja, we hadden hele dagen op onze kamer kunnen zitten maar daarvoor gaan we niet eerst 1200 kilometer rijden.

Ik word echt fysiek ziek van de hitte in combinatie met hoge luchtvochtigheid. Ik geraak oververhit, het lijkt of mijn bloed begint te koken, mijn hartslag gaat in overdrive, ik krijg hevige diarree en ik voel me miserabel. Doe daar dan nog het slecht slapen bij, het eten-anders-dan-thuis dat zo moeilijk blijft, en het plaatje is compleet.

En neen, het is geen zonne- of hitteslag, ik ben warmte-intolerant. Mijn inwendige thermostaat is gewoon al vele jaren van slag. Ik kan niet tegen de kou in de winter en niet tegen de warmte in de zomer. Gevolg van een slecht werkende schildklier. Volgende maand bloed trekken en zien of mijn medicatie nog op punt is.

En ik ben toch zo’n dom mens. Ik weet dat ik niet tegen de warmte kan en iedere keer trap ik weer in dezelfde val. Na elke (te) warme vakantie zweer ik van dat nooit meer te doen, en elk jaar weer laat ik me vangen.

Toen ik Duitsland geannuleerd had (mijn stomste zet ooit want het was er blijkbaar wel fijn fietsweer) en het idee opperde om naar Zuid-Frankrijk te reizen vroeg manlief nog of dat wel een goed idee was, gezien mijn voorgeschiedenis met warmte. Na drie dagen had ik al spijt en de eerste dagen was het ‘maar’ om en bij de dertig graden.

Veel hebben we dan ook niet meer gedaan toen het na een dag of vier echt heel heet werd. Vooral veel in de auto rondgereden om aan de hitte te ontsnappen.

Zonde van het geld. Ik hoop dat ik ooit nog eens wijzer word.

Het Meer van Genève

Wat is het mooi aan het Meer van Genève! De rust, de ingetogen sfeer, het grote meer met de bergen op de achtergrond, …

Ook de rit hier naartoe gisteren was prachtig. We hadden ervoor gekozen om langere stukken langs N- en D-wegen te rijden, zo zie je nog eens iets onderweg. Mooie landschappen met immens veel groen, lavendelvelden, slaperige dorpjes, beboste hellingen, riviertjes, overstekend ‘wild’, steile rotswanden, en op het laatste stuk de besneeuwde toppen van de Alpen.

Hier, in Évian-les-Bains, hebben we geboekt tot zaterdag. Misschien blijven we nog een paar dagen extra. Dat zal van het weer afhangen. Het was vandaag nog maar eens 36 graden en als het zo blijft, dan zal ik blij zijn dat ik zaterdag naar huis kan.

Je hoort het nog …

Cabinet Dentaire du Golfe

We hebben al leuke dingen gedaan aan de Côte d’Azur, daar schrijf ik later over in mijn reisverslag.

Ook weer een minder leuk akkefietje.

Dag vijf van onze vakantie zat ik alweer bij de tandarts. Ik leg u uit waarom.

Ik had al een paar dagen het gevoel dat de steg (*) op mijn implantaten wat los zat. Met het weekend in zicht belde ik alvast vrijdagmorgen naar mijn (nog steeds vervang-) tandarts en stuurde hem een videootje waarop duidelijk te zien was dat de ‘baar’ bewoog, wat absoluut niet normaal is. Dat werd ook door hem bevestigd en hij maande me aan om asap een tandarts te zoeken om de moertjes wat vaster aan te draaien.

(*) = titanium ‘baar’ die vastgeschroefd is op mijn implantaten ter vervanging van het tandvlees dat ik niet meer heb en waarop mijn prothese vastklikt.

Waar vind je zomaar een tandarts die je snel wil helpen? Niet gemakkelijk zeg ik u! De dame van het Office de Tourisme heeft wel vijf verschillende tandartsen gebeld maar geen enkele kon (of wou) me ontvangen. Ze zei me te langen leste om dan maar ‘op de wilden boef’ bij de eerste de beste tandarts uit de gouden gids langs te gaan

Zo gezegd, zo gedaan. Een warm welkom kreeg ik niet. Wel integendeel. “U kan niet zomaar in een dokterscabinet binnenkomen zonder afspraak“, zei de receptioniste en ze stuurde me door naar een tandarts 100 meter verderop.

Ook daar ving ik in eerste instantie bot. Tot ik de kans kreeg om uit te leggen wat het probleem was. Le docteur Colombo kon me om half één zien. Het was toen elf uur.

In plaats van de geplande uitstap naar de Gorges du Verdon hebben we de tijd dan maar gedood met koffie drinken in een café in de buurt.

Half één terug naar de tandarts waar ik dan uiteindelijk om half twee aan de beurt was. Ook al had ik er de hele dag moeten zitten, ik had het er voor over gehad. Stel je voor dat de hele constructie in mijn mond in duigen was gevallen. Ik mag er niet aan denken!

Le docteur maakte zijn rekening, wenste me bonne chance en hoopte dat ik het zou redden tot we terug thuis zijn. En dan mag mijn tandarts een andere oplossing bedenken want ik ben niet van plan om alle drie/vier weken die vijsjes te laten aandraaien.

Waarom kan het eens niet gewoon goed gaan?

Friday Photo

De hele dag reden er twee dametjes met hun gele wagentjes rond in de straten van Saint-Tropez. Reclame voor een of andere zaak. Ik vind die rieten stoelen wel wat hebben.

Het is eens iets anders dan flyers in de bus stoppen of reclameborden langs de weg.

Bekijks hadden ze in ieder geval.

Hier…

… zijn we dinsdag in de loop van de namiddag aangekomen. ‘Hier‘ is een B&B in Les Issambres-Sainte-Maxime waar we een week blijven. Daarna reizen we weer naar een andere locatie.

Le Petit Ramsès

Ondanks dat het dinsdag een gewone werkdag was, hebben we goed kunnen doorrijden van Mâcon tot Sainte-Maxime. Maar we moesten wel Lyon voorbij en wie daar al eens gepasseerd is, weet dat het daar áltijd file is. Lang voor we aan de tunnels waren, stonden we al stil.

Ik dacht bij mezelf, ik kijk eens op Waze of die een andere optie heeft. En dat had Waze: een melding dat de alternatieve route maar liefst 180 minuten sneller was. Daar moesten we niet lang over nadenken! Het was zo eenvoudig: de autostrade verlaten, klein stuk door een rustig deel van Lyon en dan weer de A6 op. De tunnels hebben we niet meer gezien.
Waze is mijn vriend!

Terug aan de Côte d’Azur, ik had het een week geleden niet kunnen denken. In de jaren ’70-80 kwamen we bijna jaarlijks in deze regio maar de laatste keer is nu toch wel twintig jaar geleden. Het wordt dus een herontdekking van de kuststadjes en van het hinterland, de zoveelste trip down memory lane.

Is het een teken van oud worden als je dingen van vroeger terug gaat opzoeken? Het zou me niet verbazen.

Alvast een paar beelden van Sainte-Maxime.

Wordt vervolgd.

Onderweg

Maandag vertrokken wij dus met een andere bestemming dan eerst gepland. We passeerden Luxemburg, Metz, Nancy en belandden uiteindelijk rond 17 uur in Mâcon.

Onderweg hadden we zon en wolken, maar we trotseerden ook twee immense stortbuien, à la rijden tegen 30 km/u. Gevaarlijk, maar het was rustig op de weg want het was ook in Frankrijk pinkstermaandag.

We checkten in in het geboekte hotel, zwierden onze koffers in de kamer en gingen op zoek naar een terrasje aan de Saône. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. De meeste zaken waren gesloten, maar wie zoekt die vindt.

Een lekker glas Viré-Clessé

Een restaurant vinden was al even niet-evident op deze tweede pinksterdag. Daar had ik mij in de auto mee beziggehouden.

Enfin, nog een eind gewandeld in de niet-zeer-aantrekkelijke en tamelijk verwaarloosde stad en ons tegen half acht naar het restaurant begeven.

Ma table en ville. Klein, modern, gezellig, man in de keuken, vrouw in de bediening. Een zeer beperkte kaart met keuze uit twee voorgerechten, twee hoofdgerechten, kaas en twee desserts. Eigenlijk min of meer eten wat de pot schaft.

Maar het was super lekker, zeer fijn verzorgd, mooie bordjes (met veel groenten wat een uitzondering is in Frankrijk!). Daar kunnen wij echt van genieten.

Vandaag gaat de reis verder.

Waar naartoe? Je leest het nog.