Kinderpraat

Kleine Man speelde deze zomer ‘gigantische file’ en ‘ongelukske’ 🤷‍♂️ 🙈


Er kwamen vrienden bij hen op bezoek met hun twee dochtertjes.
Ik zeg: ‘dan kan je fijn spelen’.
Hij antwoordt: ‘ja, maar het zijn wel meisjes’. 😡

Zijn mama heeft hem het alfabet geleerd. Dat zingt hij op de melodie van ‘Kortjakje’. Een hele dag … Ik kan geen ABCDEFG meer horen!

Hij wil wel eens komen logeren. ‘Dan slaap ik bij opa en jij in de andere kamer’, zei hij.

Hij kan ook bezorgd zijn. Toen ik met mijn dikke voet/been rondhuppelde in huis zei hij ‘Ga maar in de zetel zitten oma, met je voet op een kussen’.

In november wordt hij vijf. En terwijl hij zijn handje toonde zei hij ‘Dan is mijn hand helemaal vol’.

Trauma

Zoon en schoondochter gaan een avondje met vrienden naar de stad. Met de trein, iets wat ze nooit doen.

De andere opa (Vava) komt op onze Kleine Man letten.

Terwijl hij in de keuken iets klaarmaakt om te eten voelt Vava zich niet goed worden. Hij draait weg en komt met een smak op de grond terecht. Hij is even buiten bewustzijn.

Als hij terug bijkomt ligt er een plas bloed op de grond. In de spiegel ziet hij dat zijn gezicht onder het bloed zit (*). Waarschijnlijk met zijn hoofd het kookeiland geraakt, dat herinnert hij zich later niet.

Zijn grootste zorg is natuurlijk Kleine Man. Die hoeft niet te zien hoe hij toegetakeld is. Terwijl hij zo goed en zo kwaad als het kan het bloed probeert te stelpen valt zijn hartslag weer weg en voelt hij dat hij opnieuw gaat flauwvallen. Gelukkig heeft hij zijn telefoon in zijn broekzak zodat hij snel zijn dichtstbijzijnde dochter op kan bellen.

Door al het tumult komt Kleine Man in de keuken en ziet zijn Vava en al het bloed. Het eerste wat hij zegt is “mama, ik wil mijn mama”. Op dat moment komt mama’s zus (tante L.) binnen die de regie overneemt. Ze belt een ambulance en verwittigt schoondochter, en ze probeert Kleine Man gerust te stellen. Schoondochter is in alle staten (logisch), zeker omdat ze niet direct in haar auto kan springen en nog minstens één à anderhalf uur nodig heeft om thuis te geraken.

De ambulance komt, de ambulanciers verzorgen de uitwendige letsels en nemen Vava mee naar het ziekenhuis.

Terwijl ontfermt tante L. zich over onze Kleine Man die totaal ontdaan in een hoekje blijft zitten tot zijn mama thuis komt. Steeds maar zeggend: “mijn mama moet komen”, … “ik wil mijn mama”, … “wanneer komt mijn mama”, …

~~~~~~~~~~

Ik wil het me niet voorstellen maar ik doe het toch. Wat als Vava een fatale hartstilstand had gekregen terwijl hij met een kleuter van vier alleen was en de ouders nog in geen uren thuis zouden komen? Afschuwelijk! Je moet er toch niet aan denken!

~~~~~~~~~~

Een week later …

Schoondochter zet Kleine Man hier af. Hij klampt zich huilend aan haar vast en wil niet dat ze weggaat. Het is gelukkig vlug over maar wel hartverscheurend.

Tijdens het fikfakken (=ravotten) in de zetel zegt Manlief “niet duwen hoor, anders val ik op de grond”. Waarop Kleine Man verschrikt vraagt “ook met bloed?”. Hij was er duidelijk nog mee bezig, al heeft hij zelf gezien dat het met Vava weer goed gaat.

Ook een verjaardagsfeestje bij een vriendje leidt tot eenzelfde scenario. Het liefst zou hij dan met zijn mama terug naar huis willen.

Kleine Man heeft altijd al last gehad van verlatingsangst en dat is er sinds dit voorval niet op verbeterd. Het zal zijn tijd nodig hebben. En misschien wat hulp van buitenaf. Donderdag naar school … afwachten hoe het daar gaat.

(*) Resultaat: een week ziekenhuis met een gebroken neus, gekneusde oogkas, een grote jaap boven zijn oog en een aantal gebroken ribben.
Na ettelijke onderzoeken en nog enkele bijna-hartstilstanden wordt er beslist om een pacemaker te plaatsen om komaf te maken met de hartritmestoornissen die hij had. Vava is weer in orde.

In de speeltuin

Ik brei nog even een vervolg aan mijn logje van dinsdag.

Dinsdag waren we met onze Kleine Man naar de speeltuin. Hij bleef maar dralen en keek duidelijk de kat uit de boom. Hij is niet echt een held met kindjes die hij niet kent.

‘In de speeltuin zijn er stoute kinderen’, zei hij (in het algemeen, niet specifiek voor deze speeltuin).

Ik zat strategisch op het terras en vond het interessant om kleuters / jonge kinderen onder elkaar bezig te zien. Er waren best wel wat exemplaren bij die, net als volwassenen, elkaar de duvel aandeden.

Zo was er een jongen (een jaar of vier, schat ik) die blijkbaar de zandbak voor zich alleen wou. Elk kind dat het waagde een voet in de zandbak te zetten kreeg een handvol zand in zijn gezicht. En geen moeder/vader/oma/opa die het kind tot de orde riep. Mijn handen jeukten …

Of de twee meisjes die elk met een speelgoedje aan het spelen waren. Het ene meisje wou persé het speelgoedje van het andere. Die wou dat natuurlijk niet afgeven. Wel, meisje 1 klopte er gewoon op! En weer geen mens die er iets van zei.

En dan zou ik de stiekemerd nog vergeten die kleinere kinderen van de trap van de glijbaan duwde omdat het hem niet snel genoeg ging. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Zo’n klein venijnig ventje. Bah!

Veel huilende kinderen dus!

En dan vraag ik me af:
-zijn zo’n machtsspelletjes onder (kleine) kinderen normaal?
-tasten ze hun grenzen af om te zien hoe ver ze kunnen gaan?
-ben ik laf omdat ik niet tussengekomen ben in deze ‘aanvaringen’?

Ik vind het niet mijn taak om het kind van een ander terecht te wijzen. Temeer omdat ik geen zin heb in discussies met andere (groot)ouders.

Ik heb er mij wel aan geërgerd in ieder geval. Een speeltuin zou plezant moeten zijn voor iedereen en (groot)ouders zouden hun kroost beter in de gaten mogen houden.

Kinderpraat …

Kleine Man: “Krijg ik later, als ik zo groot ben als papa, ook een baard?”
Zijn mama: “Ja, en dan kan je die afscheren of laten groeien”.

Even later (huilend): “Wèèèèh, ik wil geen baard”.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Hij ziet opa zijn werkschoenen staan.
Hij draait ze om en bekijkt aandachtig de zool.

“Amai opa, je zal nieuwe werkschoenen moeten kopen want ze zijn versleten”.

Hij heeft gelijk.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Onderweg, tijdens de ietwat mislukte spoorfietstocht:

“Pffff, wat is dat hier langdradig!” waarbij hij natuurlijk “saai” bedoelde.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Hij vindt komkommer heel lekker.
“Maar wel zonder de korst”.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

We zitten met ons drieën aan tafel. Ik had al een hele tijd een tranend oog en zeg tegen Manlief: “Mijn oog traant. Hoe zou dat toch komen?”

Zegt die kleine: “Dat komt omdat jij al een beetje oud bent”.

Ik vraag: “Is opa ook al een beetje oud dan?”

“Neen, jij alleen”, antwoordt hij.

Oké dan, en bedankt!

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Opa en Kleine Man zijn met de diertjes (speelgoed) aan het spelen. Opa heeft een diertje vast en Kleine Man vraagt: “Welk diertje heb jij?” Opa kon er niet onmiddellijk opkomen. “Weet je niet hoe dat heet, opa? Dat is een lizard.”

“Weet je hoe groenten heten in een andere taal?”, vroeg hij laatst. Neen, dat weten wij niet.
Veggies“, zegt hij.

En als hij met de auto’s speelt heeft hij het over
gas station
go to the right
drive faster!!
… mijn auto is veel powerfuller dan de jouwe, opa
… de police komt me wel rescueën
🙄🤷‍♀️

Hij is nochtans een gewoon Vlaams kind hoor. Kijkt iets te vaak naar Engelstalige filmpjes denk ik …

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Dinsdag hadden we het zwembadje opgezet. Een babybadje, maar het kind is snel content. Samen met de waterpistooltjes grote pret! Opa en oma moesten er natuurlijk ook aan geloven. Opa was al mee in het zwembad(je) gaan zitten en oma moest ook.

“Je moet dan wel je badpak aandoen, oma. Of een bikini, dat mag ook”.

Duidelijk geen naturist.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Mama en papa waren een avondje uit geweest en Kleine Man was bij zijn tante Sarah gaan slapen.
Ik vraag “Ben je bij tante Sarah gaan slapen?”.
“Nee oma, gaan logeren”, was het antwoord.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

Ik moest lachen toen we laatst bij hen thuis waren. De andere oma en opa zaten er ook. Kleine Man wijst naar ons en zegt tegen de andere oma “Dat zijn mijn opa en oma” waarop de andere oma antwoordt “dat weet ik”. Zijn reactie: “écht”? En dan moet je dat gezichtje erbij zien. Zó grappig.

=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

P.S. Wat een heerlijke kleuter is hij toch. ❤️

Zalige zaterdag

Wat hebben we zaterdag toch een heerlijke, blije, dag doorgebracht!

Enkele weken geleden hadden we tijdens het fietsen een klein strandje ontdekt aan de Binnenschelde in Bergen op Zoom. Een echt strandje, met een speeltuintje, een boulevard en enkele horecagelegenheden. En wat bijzonder is: je mag er in het water. Ideaal natuurlijk voor een zonnige dag. Of voor een winterse dag, want dan mag je er schaatsen.

Wij kregen er een instant vakantiegevoel en vonden het er toen zo gezellig dat we er met ons gezin wel eens naartoe wilden. De kinderen waren direct akkoord en zo kwam het dat wij zaterdag namiddag neerstreken op het terras van Het Strandhuys. Kleine Man claimde meteen opa om op het strand te gaan spelen. Iets wat opa absoluut geen straf vindt.

We hebben gezellig gebabbeld, wat gedronken en ’s avonds ook lekker gegeten. Je moest alleen wel zien dat je niet viel over de emmertjes, de schepjes en de verloren kindersandalen want het is echt een paradijsje voor kinderen en die waren er ook in grote getale.

Het was al laat toen we opa en Kleine Man van het strand plukten om naar huis te gaan.

Bergen op Zoom Plage

Zo mogen er nog vele dagen volgen.

Spoorfietsen

Zaterdag zijn we gaan spoorfietsen met zoon, schoondochter en Kleine Man.

Een goeie vijf kilometer fietsen door de bossen over een oude militaire spoorlijn op de grens van Kapellen en Brasschaat. We hadden een familie’fiets’, waarbij twee personen trappen en drie op het bankje achteraan zitten.

Spoorfietsen

Op zich een leuke activiteit, als je een goed onderhouden ‘fiets’ heb. Dat was de onze niet, hij wou niet echt mee. Volgens Manlief en zoon lag het aan de rollementen. Die twee hebben zich echt ongelooflijk in het zweet getrapt. Ze zijn allebei super sportief en goed getraind, dus dat was niet echt normaal.

Dat zagen ook de mensen van de grote groeps’fiets’ die achter ons reed. Die hebben op den duur hun fiets aan de onze gebonden en ons gewoon verder geduwd want onze mannen konden niet meer.

Zoonlief was om te ontploffen. En hij had gelijk hoor. Dit was echt niet plezant. Als je 40 euro betaalt voor zo’n activiteit, dan mag die fiets wel in orde zijn.

Halverwege de rit kom je bij Perron Noord waar je je fiets draait en waar je minstens een uur pauze neemt (alle fietsen moeten aangekomen zijn want je moet over hetzelfde spoor terug). Je kan iets verbruiken op het terras terwijl de kindjes in de speeltuin spelen, of je gaat eens kijken naar de activiteit op het tegenover gelegen vliegveldje dat ooit het oudste militaire vliegveld van België was en sinds 2006 de thuis is van de Koninklijke Aeroclub van Brasschaat.

Na een goed uur vertrekken de fietsen één na één terug langs dezelfde weg naar het vertrekpunt. Degene die eerst wil vertrekken neemt gewoon de fiets die eerst staat.

Zoonlief had al gezegd dat hij voor geen geld nog op diezelfde fiets stapte. Manlief idem.

Wij zaten nog aan ‘de drank’ toen we zagen dat onze fiets vertrok. Beetje bij beetje begon iedereen op te stappen en toen wij wilden vertrekken zagen we dat de laatste familiefiets weg was. Gewoon weg. Er is daar ook geen enkele controle.

Naar de organisatie gebeld met de vraag hoe wij weer in Kapellen geraakten want geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om met mijn geklede sandalen vijf kilometer door het bos te gaan baggeren. Blijkt dat dit wel meer voorkomt. Mensen wandelen te voet naar Perron Noord en nemen dan ‘zomaar’ een spoorfiets zonder zich af te vragen hoe de mensen die voor zo’n spoorfiets betaald hebben weer terug geraken.

Enfin, er werd ons nog een drankje aangeboden en de baas himself heeft ons nadien met zijn auto naar Kapellen gebracht (13 km over de weg).

Eind goed, al goed maar toch met een bittere nasmaak want er was té veel ergernis onderweg om het een leuke uitstap te noemen.

Het relaas van drie ‘vrije’ dagen

Zoals ik hier al schreef was Manlief deze week drie dagen gaan fietsen in de Ardennen. Pardon, in de Hoge Venen. En had ik dus het kot alleen.

Dinsdagmorgen zat ik al om half tien buiten in de zon want het was nog net niet te warm. Ik had wel de ventilator voor me gezet op standje 1. Geen zicht, maar ik heb graag wat luchtverplaatsing. Zo lijkt het minder warm.

Ik wou verder lezen in mijn boek waarin ik al ongeveer een maand bezig ben: “Botsing” van Ingrid Oonincx. Dat was althans het plan.

Je wil niet weten hoeveel keer ik ben opgestaan of afgedwaald.

Een glas water halen …
Eens op Facebook kijken …
Een foto nemen van de mooie wolkjes …
Een koffietje halen in de keuken …
Waar komt dat kloppend geluid vandaan? Ah, de overburen zijn aan hun verbouwing begonnen.
Even WordPress checken …
Zonnecrème smeren …
Nog een glas water …

Enfin, je begrijpt. Veel heb ik niet gelezen op die paar uren en om kwart over twaalf was het tijd om naar de nagelstyliste te vertrekken. French manicure deze keer.

Thuisgekomen snel iets gegeten want om 3u moest ik alweer vertrekken om op tijd aan de schoolpoort te staan.

Kleine Man had maar één wens: fietsen met zijn ‘nieuwe’ fiets. In realiteit betekent dit dat hij fietst en ik er achteraan loop. Gelukkig luistert hij goed en stopt hij op tijd als ik hem zeg tot waar hij mag rijden.

Toen hij weg was heb ik nog lekker buiten gezeten met een glas wijn en genoten van de rust en de stilte. En natuurlijk gebeeldbeld (of is het beeldgebeld) met Manlief die daar in Bütgenbach op een goei wei zat. De dames en heren (20 stuks) hadden deze namiddag 50 km gefietst. Het was vrij zwaar geweest maar hij had geen last gehad van zijn ademhaling. En nu wachtte hen een uitgebreide barbecue. Het is hem en zijn fietsclubje van harte gegund.

Ik heb voor mezelf een stukje kabeljauw gebakken, erwtjes/aardappelpuree erbij en ik had nog spinaziesoep. Lekker gegeten dus.

Woensdag begon op dezelfde manier. Buiten zitten lezen tot mijn boek uit was.

Half twaalf had ik een afspraak met de tandarts, degene die het pand met slaande deuren had verlaten een paar maanden geleden. Hij is opnieuw gestart in een andere praktijk en belde me enkele weken geleden op om te vragen hoe het met me was. Hij wou me graag zien. Ik hem ook.

Ik was er op de fiets heen gegaan en wou er een wat langere fietstocht aanbreien maar ik heb zo lang moeten wachten tot het mijn beurt was (hij was ‘wat’ uitgelopen) dat ik direct terug naar huis gereden ben.

De fietstocht heb ik ’s namiddags gedaan. Mijn nieuwe fiets is een zaligheid om mee te rijden. Zelfs op de laagste stand voel ik dat hij veel meer power heeft dan mijn vorige. Het was lekker weer om te fietsen, al werd het op het einde wel wat warm. Thuis gekomen zag ik dat ik vergeten was Strava weer te starten na mijn koffiestop. Dat heb ik dus even manueel aangepast. Elke kilometer is er één!

Ook de vogeltjes waren blij met het mooie weer

Voor mijn avondmaaltijd had ik een doosje taboulehsalade gekocht. Ik heb er nog wat extra lente-ui, peterselie, stukjes tomaat en reepjes gerookte zalm aan toegevoegd en met een glas wijn erbij had ik weer een lekkere maaltijd.

Donderdag was alweer de laatste dag op mezelf.

In de ochtend hetzelfde scenario: naar buiten en voor ik in mijn nieuw boek begon heb ik eerst een rondgang gemaakt door de tuin en alle verlepte bloemen weggeknipt.

Daarna mijn hoekje in met een boek waarover ik wisselende recensies had gelezen: “Alleen een beetje verliefd misschien” van Lonneke Van Engelen. Ik kan er nog niet veel over zeggen buiten dat ik de schrijfstijl wel vlot en aangenaam vind. Ze schrijft grappig en luchtig, eens iets anders dan de soms zware thrillerstijl.

In de namiddag had ik gehoopt een fijne fietstocht te kunnen maken met mijn vriendin maar zij is na haar wandelvakantie vorige week zaterdag met corona terug thuis gekomen. Net zoals 12 van de 16 andere wandelaars! We zijn nog lang niet van dat virus verlost.

Tegen de middag veranderde het weer en ben ik maar wat gaan poetsen. Dat moet ook gebeuren. Normaal doen we dat samen op vrijdag maar vrijdag zou het mooi weer worden en dan doen we liever andere dingen.

Zes uur ’s avonds was Manlief weer thuis.

Hij had het leuk gehad, ik had het leuk gehad. Allebei gelukkig!

Klein groot gelukske

Kleine Man zit mooi in de zandbak te spelen met zijn neefjes.

Hij hoort het tuinpoortje opengaan, kijkt, laat alles vallen wat hij vastheeft en komt met gespreide armen op ons toegelopen met een kreet ‘OMA EN OPA’ en een glimlach van oor tot oor.

Ik vond het altijd hartverwarmend om te zien hoe kleinkinderen hun grootouders verwelkomden, bijvoorbeeld op de luchthaven. Dan hoopte ik wel eens dat zo’n geluk ons ook te beurt zou vallen.

En kijk …

Time flies …

… when you’re having fun.

Maandag zijn we naar Hoek van Holland gereden om te gaan fietsen.

Waarom naar Hoek van Holland?

Ten eerste omdat die regio ons totaal onbekend was, hoewel we er vroeger wel een keer naar het naturistenstrand zijn geweest maar nu spreek ik over 40+ jaar geleden.
Ten tweede, onze kinderen hadden daar een lang weekend gelogeerd in een strandhuisje en dat wilden we wel eens zien maar niet op een moment dat zij daar waren. Ze hebben zo’n druk leven, zitten altijd tussen de mensen en zo’n weekend onder hun drietjes zonder aanloop was hun heel hard gegund. Maandagmorgen moesten zij het strandhuis verlaten, dus storen konden we hen al niet meer.

Zoals altijd had ik een rit uitgestippeld via de knooppunten. Ik rijd dan met zo’n plastic dingetje aan mijn stuur zoals omabaard ; Manlief heeft de rit ofwel op zijn GPS ofwel op de Knooppunter app. Die combinatie werkt altijd prima.

Behalve maandag! Het eerste deel van de rit, langs de honderden serres (kassen, voor de Nederlandse lezer) richting Scheveningen ontbraken er nogal wat knooppuntenbordjes, en soms klopte de nummering niet. Manlief reed op de app en daar zit altijd een beetje vertraging op. Dus wachten, zoeken, terugrijden, … Ik word daar ambetant van en wil kunnen doorrijden!
Het was dan ook eigenlijk nog geen mooie rit, woonwijken, industrie, wat polder en een enkel bos/park.

Een hapje eten deden we bij Simonis aan de Haven in Scheveningen, lekker buiten in de zon. Ondertussen was het al half vier dankzij de vele omwegen.

Genoeg voor 4 personen!

De terugtocht was gelukkig wel goed aangegeven én gemakkelijk: het was vanaf Scheveningen altijd rechtdoor door de duinen. Het stuk tussen Scheveningen en Kijkduin was echt prachtig.

De rit van 50 kilometer werd er uiteindelijk een van 59 kilometer.

Dinsdag moest ik nog eens naar mijn kinesiste voor lymfedrainage. Ik ging nog één keer om de zoveel weken maar nu kan ik ook dat hoofdstuk afsluiten. Al vond ik het niet erg om te gaan, voor mij was het een moment van ontspanning.

Na de lymfedrainage een nieuw kleurtje op mijn nagels laten zetten. Ook een moment van ontspanning en veel babbelen (luisteren, in mijn geval) met de nagelstyliste die een zoontje heeft dat even oud is als onze Kleine Man.

Dinsdagnamiddag Kleine Man van school gehaald, hem gelaafd en gevoed en geëntertaind tot zijn mama en papa hem kwamen halen na het oudercontact waar ze alleen maar goed nieuws kregen. Hij is helemaal klaar voor de derde kleuterklas. Wat vliegt de tijd!

Woensdag had ik een dag voor me, myself & I want Manlief ging een dagje fietsen met de kameraden. Ik heb wat gerommeld in mijn kleerkasten en zakken vol kleding weggebracht, sommige stukken met pijn in het hart. Daarna heb ik mijn kleer- en schoenenkast ook weer opnieuw wat aangevuld. 😉 Een bosje pioenen had ik ook wel verdiend vond ik. Net zoals de uitgebreide massage waarop ik mezelf had getrakteerd. Ik had namelijk nog een waardebon liggen. Koude olie, warme olie, hot stones en al. Zalig!

Verder heb ik nog in de tuin zitten lezen in ‘Het Schuilhuis’ van Rachel van Charante die hiermee haar debuutroman schreef. Een roman die zich afspeelt in de tweede wereldoorlog: de NSB, de weerstand, onderduikers, verraders, de hele gruwel, maar ook liefde (nooit melig). Het is een boeiend boek, met afwisselende verhaallijnen en spanning die zich opbouwt naarmate het boek vordert. Alleen het einde vond ik wat ‘bij zijn haar getrokken’ (= ongeloofwaardig).
Zo’n dag voor mezelf, ik kan daar enorm van genieten. In de wetenschap dat er ’s avonds gewoon iemand naast me in de zetel zit.

Donderdag was het de maandelijkse fietsdag met onze Overjaarse Jeugdclub. We hadden ingeschreven maar ik heb moeten passen omdat ik langs mijn chirurg in Middelheim moest want, ja, er zit weer granulatieweefsel in de weg.
Ze wou het even afwachten tot mijn jaarlijkse controle in juli. Misschien verdwijnt het wel vanzelf nu de prothese er op drukt.

Voormiddags, terwijl ik op het terras wat dode bloemen verwijderde en in mijn boek zat te lezen, ook de kat van de buren in de gaten gehouden want het jonge leven in het nestkastje wordt duchtig verstoord. Er zit er eentje op vinkenslag!!

Buurkat/pleegkat

Vrijdag moest ik langs de vervang-tandarts om mijn prothese te laten controleren. Ze zit wat strak en ik kan er niet goed mee eten.
Ik ga het wat tijd geven en als het over een paar maanden niet beter is, dan laat ik een vaste prothese maken. Comfort voor alles.

Voor de rest hadden we geen plannen. Was het wat warmer geweest dan hadden we nog eens een toerke met de fiets gedaan maar ik vond het te koud en te winderig. In de plaats daarvan hebben we delen van de Giro d’Italia gezien, waar het ook al geen te beste weer leek. Boodschappen gedaan met een terrasje. En een beetje gepoetst. Moet ook gebeuren, al zijn we wel van plan om terug een poetshulp te nemen. Eens het mooi weer is zijn we namelijk heel weinig thuis en schiet de ‘kuis’ er al eens over.

Zaterdag.
Blij dat ik nog leef!
Tijdens ons fietstochtje om boodschappen werd ik ei zo na aangereden door een wielerterrorist (excusez le mot). Het fietspad is smal en omzoomd met bomen waarvan de takken nogal overhangen. Ik rijd aan de rechterkant van het pad en wijk even uit om de overhangende takken te ontwijken. Komt er daar uit het niets – en uiteraard zonder te bellen want een bel hebben die mannen niet op hun fiets – een wielertoerist aangestoven. Hij heeft me net niet geraakt maar het scheelde geen haar! Manlief heeft hem nog wat lelijke woorden achterna geroepen.

’s Namiddags hebben we de verjaardag van schoondochter gevierd bij hen in de tuin. Een drukte van belang want zij en haar zussen zijn echte spraakwatervallen. En de kinderen waren druk. Maar het was weer gezellig.

Zaterdagavond hebben we met een half oog naar het songfestival gekeken. Dat was jaren geleden. Vroeger, toen er nog lang geen sprake was van een publieksjury, keken we met het hele gezin. Dat waren altijd gezellige avonden, met een drankje en een grote zak chips erbij.
Ik heb niet gewacht op de voting. Het duurde mij veel te lang.

En vandaag, zondag, zijn we onderweg voor een Rondje Tholen op de fiets.

Misschien volgt er nog wel een verslagje een van deze dagen.

Fijne zondag!