Herinneringen (1)

Omdat het niet altijd Corona moet zijn…

Ik was vijf, laatste kleuterklas, en het was tijdens de sinterklaas periode. Op school werden we al wekenlang bang gemaakt voor de zak van zwarte piet want kinderen die niet braaf waren, die moesten in de zak. Nu was ik best een braaf kind, maar ik was ook een zeer angstig kind. Ik was niet alleen bang voor de zak maar ook voor zwarte piet zelf. En dat die enge man ’s nachts door de schoorsteen in ons huis zou komen, daar werd ik helemaal panisch van! Het werd zo erg dat ik iedere nacht in volle paniek wakker werd van de nachtmerries. Toen hebben mijn ouders besloten dat het sprookje van sinterklaas voor mij ten einde liep en hebben ze mij verteld dat sinterklaas niet bestaat.

Nog een herinnering aan het bange kind in mij. Tweede leerjaar deze keer, bij zuster Domitila, een non met donkere kraaloogjes die met een regel op je vingers sloeg als je schoonschrift slordig was, of aan je oren trok als iets haar niet zinde. Maar dat niet alleen. Tijdens dat schooljaar is er in mijn klas een meisje gestorven. Agneske, ik vergeet het nooit. Agneske was ziek en Agneske stierf. Punt. Neen, de non vertelde in het lang en het breed dat de voetjes van Agneske langzaam koud waren geworden, en daarna de rest van haar lichaam. Het gevolg was dat mijn ouders iedere avond tijdens het in bed stoppen (met bijbehorend kruisje op het voorhoofd) aan mijn voeten moesten voelen of ze nog wel warm waren. En de nachtmerries kwamen ook terug. Zo erg dat ik er toen zelfs medicatie voor heb moeten nemen (Atarax siroop).

En nog eentje om ’t af te leren. In ons dorp woonde er een oude vrouw, een weduwe. Ze sprak alleen Engels. Vermoedelijk is ze na WO II met haar Belgische man van Engeland naar België verhuisd. Het was een heel akelig vrouwtje om te zien. Ze droeg alleen lange rokken met een lange jas erover, donkere kleuren, ze had lange grijze haren en een grote haviksneus. Ze leek echt op de heks uit mijn Hans & Grietje sprookjesboek. Was ik er bang van? Natuurlijk was ik er bang van en niet alleen ik. Alle kinderen uit het dorp gingen een straat rond als we haar van ver zagen komen aansleffen. Behalve sommige stoere jongens, die durfden nog wel eens dichterbij gaan. En die plaagden haar ook, maar daar had de ‘Engelse Miss’, zoals iedereen haar noemde, een oplossing voor: haar wandelstok. Ze hield zich niet in om daar driftig mee in het rond te slaan als dat nodig was.

Ik was een echt buitenkind. Poppen waren aan mij niet besteed. Fietsen, rolschaatsen, of in de bomen klimmen in het bos recht over de deur, dat waren de dingen die ik graag deed. In die tijd kon je nog zonder gevaar voor eigen leven gewoon op straat spelen, met de vriendjes en de vriendinnetjes uit de buurt.
Badmintonnen deden we ook op straat, met de buurjongen die tot op de dag van vandaag nog altijd mijn buurjongenman is. Ook mijn moeder badmintonde duchtig mee. De straat was toen echt van ons.

Ik en mijn fiets in 1959

Dertien was ik en verliefd op Filip, de broer van een meisje uit mijn klas. Een ander meisje uit mijn klas was ook verliefd op Filip. We vonden dat híj dan maar moest kiezen op wie hij verliefd was … als hij dat al was, maar daar denk je als dertienjarige niet aan. Maar hoe gingen we dat aan de weet komen? Via via was het gemakkelijkste want de meisjes van de strenge meisjesschool (De Dames in Antwerpen) mochten niet in contact komen met de jongens van de strenge jongensschool (Sint-Jan Berchmans in Antwerpen). Ja, je leest het goed … dat was zo half de jaren ’60. Toevallig zat Peter op onze trein, een jongen die bij Filip in de klas zat. We hebben hem een briefje meegegeven, de juiste inhoud ken ik niet meer maar in ieder geval met de vraag wie Filip koos. Peter zou het briefje stiekem aan Filip geven en een antwoord meebrengen. Helaas mislukte ons plan grandioos want de vader van Peter onderschepte het briefje. Heel verontwaardigd werden mijn ouders en de ouders van de verliefde vriendin op de hoogte gesteld van waar wij, kinderen, mee bezig waren. Zó onschuldig, maar we hebben nooit geweten wie Filip eventueel zou gekozen hebben.

Ik kom uit een katholiek nest en heb nog in het kerkkoor meegezongen. Toen mijn vriendinnen en ik de bakvisleeftijd hadden vonden we het heel stoer om in de sacristie hosties te pikken. Oh, oh, wat durfden wij veel!! 😉
Van thuis moesten wij op zondag (of zaterdagavond) naar de mis. Ja, ook toen we al een jaar of 16, 17 waren. Er waren wel spannender dingen dan de mis! Met een aantal vriendinnen gingen we tijdens de zaterdagavondmis in de nabijgelegen tearoom iets drinken. Spanning ten top want we zouden zo maar eens betrapt moeten worden …

Auteur: MyriamC

vrouw / moeder / oma / levensgenieter / wereldreiziger / #foreveronvacation Mijn motto: YOLO!

17 gedachten over “Herinneringen (1)”

    1. Ja, vind ik ook. En het gebeurt nog veel te weinig want kinderen moeten na school naar de muziekschool, naar de gym, naar ballet, naar de tekenacademie, … Het moet blijkbaar altijd iets educatiefs zijn. Gewoon buiten spelen met je vriendjes, niets heerlijkers dan dat.

      Like

  1. Wat een heerlijk logje! Ik herken veel van die angsten die ik ook had in mijn kinderjaren. Zwarte Piet en die dode mensen waren daar ook bij…
    Een genot om te lezen en een heel mooie foto van jou als kind!

    Geliked door 1 persoon

      1. Ik ook hoor, maar net als jou was ik een gevoelig kind met scherpe antennes. Had alles rap door en voelde de dingen té scherp aan. Maar gelukkig ook in de vreugde!

        Geliked door 1 persoon

  2. Ook ik herken mezelf volledig in je schrijven. Bang en angstig, maar ook verlegen.
    Ook een meisje met vlechtjes en fier op haar fietsje.
    In het derde studiejaar stierf ook bij ons een meisje, we MOESTEN ze gaan bezoeken met de klas, ik heb er lang trauma’s aan over gehouden, dat enge witte lijkje…
    Ik was ook doodsbang van grote honden, dat mijn ouders zouden sterven, ooit stapte ik in een mierennest en heb stokstijf het bos bijeen geschreeuwd tot ze me kwamen redden, de helden!

    Wel speciaal dat je buurjongen nu je buurman is!

    Geliked door 1 persoon

    1. Oh, ik was ook heel verlegen. Mensen noemden mij ‘hovaardig’ omdat ik mijn hoofd wegdraaide als ik iemand bekend zag. En dat was niet van hooghartigheid maar van verlegenheid. Stel dat ze mij iets zouden vragen!!! 😱
      Honden, ik moet er nog niet van weten.
      Ja, speciaal hè dat ik naast mijn buurjongen woon. Ik woon nl. drie huizen voorbij mijn ouderlijk huis. Vroeger was hij niet mijn naaste buurman, nu wel.

      Like

  3. Zuster Domitila, god in de hemel! (ja, ze zal nu wel bij god in de hemel zijn, haha). Bij ons was het zuster Margriet, in het tweede kleuterklasje. Ik was er doodsbenauwd van. Zo bang dat ik niet durfde vragen om te gaan plassen, waarna ik het uiteindelijk in mijn broek deed en dan was het natuurlijk nog veel erger!
    Soit, zo’n eng verhaal jong, van dat kind dat gestorven is. Wat een sadistisch vrouwmens was dat, omdat zo te vertellen. De tijden zijn toch veel veranderd. En op dit vlak: gelukkig maar.
    Ik ben ooit eens achterna gezeten door een grote hond (een dalmatiër, in mijn herinnering), en sindsdien ben ik ook bang van honden. Bang van grote, en van kleintjes moet ik echt niks hebben.

    Geliked door 1 persoon

      1. Oh ja, ik kan dat zeer zeker begrijpen. Ik ben opgevoed door een moeder die ook zo van die horrorverhalen had, en een gelijkaardige hekel aan nonnen. Op de katholieke lagere school waar ik zat, waren er maar 3 meer (met dus 1 in de klas, waarvan ik echt bang was) en in het middelbaar ben ik naar het stadsonderwijs gegaan. Gelijk hoe, ik moet er ook niet van hebben. Valse loeders, haha, ja! Met hier en daar een uitzondering op de regel.

        Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.