Reisverslag Dubai & Oman

Ik heb wat moeten broeden op mijn reisverslag want de beleving was zo apart en totaal anders dan pakweg drie weken door Zuid-Spanje toeren. Wij hebben echt drie weken in een andere wereld vertoefd. Correctie: in twee andere werelden, want het contrast tussen het mondaine, decadente emiraat Dubai en het serene, bescheiden sultanaat Oman kon niet groter zijn. Het is heel moeilijk om weer te geven wat ik daarbij gevoeld heb.

Maar laten we beginnen bij het begin. Dubai dus. Omdat we toch die richting uitgingen, vonden we het maar logisch dat we een paar dagen Dubai vastknoopten aan onze rondreis door Oman.

Dubai is het absolute tegenovergestelde van de echte Moslim wereld. Niet voor niets noemt men het het Las Vegas van het Midden Oosten. Er zijn hier heel veel regels van wat mag en vooral van wat niet mag, maar die worden allemaal – klandestien uiteraard – met voeten getreden. Alle pleziertjes zijn voor geld te koop, zo lang het maar in het geniep gebeurt.   

In Dubai is alles groot, groter, grootst, … hoog, hoger, hoogst, … duur, duurder, duurst, … Enorme wolkenkrabbers tot meer dan 400 meter hoog, immense shopping malls, grote luxe auto’s overal, prachtige hotels, kunstmatige eilanden die voor de kust gebouwd worden, … Het is het enige land ter wereld waar ze een 7*-hotel hebben, de Burj Al Arab, streng beveiligd en niet toegankelijk voor non-guests. Een kamer … pardon, een suite … kost er in het laagseizoen gemiddeld 1600 euro. Per nacht.

Dubai is hectisch en chaotisch. Vooral het verkeer dan. Duizenden taxi’s – beige met een gekleurd dak – vervoeren er even veel passagiers. Soms maar voor een ritje van een kilometer want het is overdag te heet om ver te lopen en taxi’s zijn spotgoedkoop: 3 Dhs (0.6 euro) startgeld en nadien 1.6 Dhs (0.32 euro) per km. Goedkoper dan een kaartje voor de metro of de tram. O ja, taxi’s met een roze dak zijn voorbehouden voor dames.

Alles, werkelijk alles is er air conditioned: de metrohaltes, de hokjes waarin de geldautomaten staan, de ‘slurf’ aan het vliegtuig, echt alles. De zwembaden van de hotels zijn gekoeld. Restaurants maken reclame voor hun “outdoor dining terrace for the cooler winter evenings“. Het was er tijdens ons verblijf, eind november, ’s avonds en ’s nachts nog zesentwintig graden! In de zomer moet het hier onleefbaar zijn.

Dubai leeft vierentwintig uren op vierentwintig. Je kan hier rustig om drie uur ’s nachts nog een restaurant binnen gaan. Het is ook pas ’s avonds dat de Emiratis zelf buitenkomen. De dames gekleed in een zwarte abaya (vaak rijkelijk versierd) en niqab of een sluier ; de heren in spierwitte dishdasha met een witte of roodgeblokte ghutra op het hoofd. De dames dragen onder hun abaya trouwens gewone westerse kleding … winkels à la Victoria Secret draaien hier op volle toeren! … , hoge hakken en ze hebben stuk voor stuk een handtas van een exclusief merk bij. Het is heel spijtig dat deze mensen totaal niet toegankelijk zijn.

Uiteraard hebben we de Burj Khalifa bezocht, het hoogste gebouw ter wereld. In exact één minuut zoefden we met de lift naar de 124ste verdieping van waar we een fenomenaal 360° uitzicht hadden op de stad beneden ons. We hebben ook ‘op hoogte’ geluncht, in The Observatory, op de 52ste verdieping met mooi uitzicht op The Palm Jumeirah. “Lunch with a view” … erg lekker gegeten ook nog!

Oud Dubai, de wijken Deira en Bur Dubai, is nog redelijk typisch. Hier vind je de gold souk en de spice souk met de typische geuren van het Midden Oosten. Je vaart er naartoe met een abra, een kort ‘ritje’ over Dubai Creek. Het is ook in deze wijken dat je nog de echte oosterse keuken vindt. Libanees, Indiaas, Pakistaans, enz. Dubai krioelt van de vreemde nationaliteiten, want er moet natuurlijk gewerkt worden. En dat wordt niet door Emiratis gedaan. Emiratis bekleden alleen hogere functies. Horeca-, hotel- en winkelpersoneel, bouwvakkers (Dubai is op dit moment één grote bouwwerf), taxichauffeurs, … zijn allemaal buitenlanders. Veel Pakistanen, Indiërs, Sri Lankanen, …

Onze tijd hier was te kort om alles intens te beleven, maar we hebben er eens van mogen proeven. Het was interessant en apart. We zijn vast van plan om hier nog een keer uitgebreid terug te komen!

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ 

Na drie dagen Dubai gingen we overland door de andere emiraten (met de taxi, vier uren rijden) naar Khasab op het schiereiland Musandam, een exclave van Oman. Oman wordt wel eens het best bewaarde geheim van het Midden Oosten genoemd. Het is gelegen aan de Straat van Hormuz, de Golf van Oman en de Arabische Zee. Oman is sereen, bescheiden, écht. Het land is rijk aan cultureel erfgoed, de natuur is er van een adembenemende schoonheid en de mensen zijn er oprecht vriendelijk. En het toerisme viert er nog geen hoogtij.

Een kennismaking met dit schitterende land van kamelen, woestijnen en zoveel meer …

Het contrast tussen Dubai en Khasab kon niet groter zijn! Eén laagbouw hotel aan zee te midden van majestueuze bergen. En stilte, alleen maar stilte. Naar Musandam kom je eigenlijk alleen om met een dhow tussen de fjorden te varen en om dolfijnen te spotten. Wat we dan ook gedaan hebben. Na de drukte van Dubai was het heerlijk om een dagje te relaxen op de boot en te genieten van de mooie fjorden en van de dolfijnen die vrolijk om onze boot heen zwommen.

Twee dagen later vlogen we met een klein propeller vliegtuigje van Khasab naar Muscat. Een goed uur gevlogen en onderweg genoten van het prachtige uitzicht dat we hadden op de Hajar Mountains.

In Muscat hebben we de eerste dag totaal niks gedaan. Alleen maar aan het zwembad gelegen en ons laten verwennen door het super gedienstige hotelpersoneel (ook hier weer Aziaten). Handdoeken werden gespreid, er werd een koelbox met flesjes gekoeld water gebracht, af en toe kwam er een mannetje langs met een schaal met in parten gesneden fruit, een ander mannetje kwam je bril poetsen, enz. Op en top verwennerij. Het beste hotel van de hele reis ook.

Wat hebben we nog gedaan in Muscat? De wijk Muttrah bezocht, met de souk uiteraard. De souk van Muttrah zou de oudste markt uit de Arabische wereld zijn. We hebben ook even langs de Corniche gelopen. Niet lang, want het was weer heel warm. Uiteindelijk hebben we nog een plezant ‘klapke’ gedaan met een groepje taxichauffeurs. Omanis zijn gelukkig wel heel toegankelijk. Ze waren gefrituurde hapjes aan het snoepen, geen idee wat het was, maar we moesten en we zouden proeven!

De Sultan Qaboos Grand Mosque is natuurlijk ook een must als je in Muscat bent. Het is de enige moskee in Oman die je als niet-moslim mag bezoeken. Je moet wel gepast gekleed zijn (armen en benen bedekt, dames een sjaal op het hoofd). Een schitterend gigantisch bouwwerk is dit, er kunnen 27.500 gelovigen in. Lusters van Swarovski kristal, glasramen van Venetiaans glas, marmer van Carrara, een handgeweven Perzisch tapijt met 1.700.000 knopen van 21 ton zwaar, aan één stuk, waaraan vier jaar gewerkt is, … Groots en overweldigend.

Na drie dagen verwisselden we de stad voor de natuur. Onze Toyota Land Cruiser werd aan het hotel afgeleverd, samen met Yaqoob, de Omani chauffeur die met ons een dagje off-road ging rijden.
Alvorens aan de spannende rit te beginnen hebben we eerst nog een van de vele forten bezocht die Oman rijk is, het fort van Nakhl

De rit door de prachtige Wadi Bani Awf was spectaculair. Deze wadi zou tot de mooiste van Oman behoren. En er zijn daar heel veel wadi’s en ik vond ze allemaal even mooi. Deze wadi (droge rivierbedding), omzoomd door palmbomen, loopt door een diep dal met aan alle kanten rotsgebergte. De volledige route (40 km) is off-road. Soms was de weg zó smal dat de auto aan de ene kant bijna de bergflank raakte en aan de andere kant over het diepe ravijn hing.

We passeerden verschillende oases, dadelpalmtuinen, bergdorpjes en overal hadden we de meest schitterende uitzichten. Deze rit gaat door de Hajar Mountains die we al uit het vliegtuig gezien hadden, tegelijk idyllisch en indrukwekkend, en vooral bangelijk! Onderweg hebben we nog gepicknickt aan een mooie bron. We hebben eigenlijk de meeste dagen gepicknickt want we zaten soms zo ver van de buitenwereld dat er in geen velden of wegen een restaurant te bespeuren viel. Mooie picknickplaatsen waren er altijd wel.

Yaqoob was een aangename gids. Hij sprak goed Engels en heeft ons veel verteld over de geschiedenis van zijn land, over de cultuur, en over zijn gezin met tien kinderen!

Zo kwamen we dan tegen de avond op onze volgende bestemming aan: Nizwa. Op zich niet zó interessant, maar we hadden nog veel bergen en wadis voor de boeg, en vanaf nu zaten we zelf aan het stuur van onze 4WD.

Vanuit Nizwa zijn we naar Jebel Shams gereden (aka de Grand Canyon van Oman) van waar je op het hoogst toegankelijke punt duizend meter de diepte in kijkt.

Wondermooi! Ook naar Jebel Akhdar (2000 m hoog), we hebben nog verschillende wadis gedaan en kleine, meestal uitgestorven, dorpjes bezocht. De mensen willen niet meer in de traditionele lemen huisjes wonen. Ze willen een moderne woning. En die kunnen ze redelijk gemakkelijk verwerven.

Yaqoob vertelde ons dat ieder Omaans gezin van de staat een stuk grond krijgt om een woning op te bouwen. Mensen die bovengemiddeld verdienen moeten hiervoor een kleinigheid betalen: 1 OMR (= 2 euro) per m². Overal ten lande zie je dan ook grote nieuwbouw villa’s verschijnen.

Uiteraard hebben we ook nog de geitenmarkt in Nizwa bezocht. Die gaat iedere vrijdagmorgen door, vanaf zonsopgang tot 11u. Het is er een drukte van jewelste.

De verkopers lopen met hun geiten en schapen rondjes op een plein tot er een koper toehapt die het gewenste geitje volledig inspecteert. Er wordt eens in geknepen, er wordt in de bek gekeken, …

Als je vrouwen met een snavelmasker wil zien: this is the place! Spijtig dat ze niet gefotografeerd willen worden (al was een snelle snapshot toch wel mogelijk). Ik wist eigenlijk niet dat hoofd- en gezichtbedekking zo streekgebonden zijn. Snavelmaskers zie je alleen in Nizwa. Op andere plaatsen dragen de vrouwen, net zoals in Dubai, een niqab en in de kleine dorpen alleen een sjaal op het hoofd en het gezicht vrij.

Omaanse mannen dragen trouwens dezelfde witte dishdasha als de Emiratis. Op het hoofd hebben zij een kuma of een massar. Ook mijn man heeft de hele tijd een kuma gedragen. Prima bescherming tegen de zon! Een Omani met een khanjar hebben we helaas niet gezien.

Na Nizwa kwam – voor mij – het mooiste van de hele reis: Wahiba Sands. Ik droomde er al jaren van om eens een nacht in de woestijn door te brengen, onder de sterrenhemel.
Die sterrenhemel is niet helemaal gelukt want het was volle maan. Misschien nog wel mooier! Na het (gedeeltelijk) aflaten van de banden van onze jeep zijn we zelf, achter een gids aan, tot aan het desert camp gereden, zo’n 30 km de woestijn in. We moesten wel de vaart erin houden om niet vast te geraken, maar het is ons zonder problemen gelukt.

In het tentenkamp kregen we een houten cabin toegewezen, van binnen bekleed met authentieke tapijten. Best comfortabel met een kingsize bed en een eigen badkamer met douche en toilet in de open lucht.

Na het aanschouwen van de zonsondergang van op een hoge duin (op de kameel er naartoe) en de avondmaaltijd bij kaarslicht (geen elektriciteit in het kamp) lagen we al vroeg onder de wol.
De volgende morgen ook vroeg weer op want om kwart over zes was de zon er alweer.

We hadden een bedouinengids geboekt voor een halve dag desert crossing en dune bashing: 140 km dwars door de woestijn, soms op een wielspoor (aan 80 km/u), maar dikwijls ook gewoon door de hoge duinen, verticaal naar boven en naar beneden. Adrenaline momenten, en genieten met een grote G! Deze gids was minder spraakzaam en zijn Engels was niet zo goed verstaanbaar, maar we hadden eigenlijk ook geen behoefte aan een gesprek. We genoten van de omgeving, van de hoge duinen die overal een andere kleur hebben. Het was prachtig.

Toen we eenmaal terug op de gewone weg zaten hebben we in Al Ashkharah de banden laten bijvullen en zijn we langs de kustweg terug noordwaarts gereden, naar de havenstad Sur (waar vroeger de dhows gebouwd werden), en later verder door naar Ras Al Jinz. Daar komen ’s avonds de zeeschildpadden hun eieren leggen op het strand. Hoewel het niet het goede seizoen was, hebben we toch drie grote schildpadden (80 cm lengte) gezien. In het seizoen zijn dat er dikwijls meer dan honderd! Twee schildpadden waren een plek aan het zoeken om hun nest te maken, een was bezig met eieren leggen. Dat zijn er zo’n 80 à 100 per keer. Het was fantastisch dat we zo’n intiem gebeuren hebben kunnen meemaken.

De volgende dag hebben we nog Wadi Tiwi en Wadi Shab gedaan, weer twee spectaculaire ritten door twee hele mooie wadi’s. Verder ook nog Bimah Sinkhole bezocht en super-de-luxe geluncht bij The Chedi in Muscat. Netjes op tijd leverden we onze auto weer in (1700 km) en na de middag hadden we onze vlucht naar Salalah, helemaal in het zuiden van Oman.

Daar aangekomen hebben we een andere auto opgepikt maar daar hebben we niet veel meer mee rondgetoerd. We zijn nog naar de opgravingen van Khor Rori gereden. Daar zou een paleis gestaan hebben van de Koningin van Sheba. Dan verder door naar Wadi Darbat. Ook een hele mooie wadi waar veel kamelen lopen.

Ze lopen ook gewoon op straat, zelfs op de autoweg waar je aan 120 km/u mag rijden. Oppassen geblazen want ze komen zomaar ineens te voorschijn.

Salalah … wuivende palmen, witte zandstranden, diepblauwe oceaan … Het leek wel of we op de Caraïben zaten, maar dan zonder de vervelende hoge luchtvochtigheid. Onze laatste dagen hebben we hier alleen maar uitgerust aan het mooie strand van ons hotel. Er waren nauwelijks gasten, het was er zo heerlijk rustig. We hadden er nog wel een paar dagen langer willen blijven.

Maar helaas moesten we na drie dagen alweer het vliegtuig op, terug naar Dubai voor onze laatste nacht Midden-Oosten. De volgende dag hebben we nog tot na de middag aan het zwembad doorgebracht en toen was het echt voorbij.  

Onze reisweg:
-intercontinentale vlucht van Amsterdam naar Dubai (Emirates),
-overland van Dubai naar Khasab, Musandam
-binnenvlucht van Khasab naar Muscat (Oman Air),
-binnenvlucht van Muscat naar Salalah (Oman Air),
-internationale vlucht van Salalah naar Dubai (Oman Air),
-intercontinentale vlucht van Dubai naar Amsterdam (Emirates).

Hotels:
Dubai: JA Ocean View Hotel
Khasab: Atana Khasab
Muscat: Shangri-La Barr Al Jissah Resort
Nizwa: Falaj Daris Hotel
Wahiba Sands: Safari Desert Camp
Ras Al Jinz: Ras Al Jinz Turtle Reserve
Wadi Shab: Wadi Shab Resort
Salalah: Crowne Plaza Resort
Dubai: Millennium Dubai Airport

Alle reviews zijn te lezen op Tripadvisor.
Een selectie uit onze foto’s staan op Flickr.
Reis uitgewerkt in samenwerking met Aladin Travel. Super service!

Facts & figures:
Temperatuur: tussen de 30 en 35° overdag in de steden en aan de kust, in de bergen op 2000 meter hoogte rond de 20°.

Prijsniveau: hotels zijn duur tot zeer duur. Eten in plaatselijke restaurantjes in Dubai en Oman is goedkoop. Met ‘plaatselijk’ bedoel ik Pakistaans, Libanees, Indiaas want authentieke keuken stelt niet zoveel voor. De invloeden van de vroegere bezetters en van de huidige arbeiders (in Dubai dan) hebben hun sporen nagelaten. In positieve zin.
Eten in de hotels is minstens even duur dan een gemiddeld restaurant in België. Alcohol is zeer prijzig. Het mag ook alleen geschonken worden in de internationale hotels, zowel in Dubai als in Oman. Een fles (Chileense of Zuid-Afrikaanse) huiswijn bv. kostte omgerekend gemiddeld zo’n 36 euro.
In Dubai hebben we al onze verplaatsingen per taxi gedaan. Taxis zijn er goedkoper dan bus of metro (starttarief 3 dirhams, nadien 1.6 dirham per km). 1 AED = 0.25 euro (november 2014).
Benzine in Oman is spotgoedkoop! 1 liter super kost 0.12 rials, omgerekend zo’n 28 eurocent. 1 OMR = 2.30 euro.

Picknicken: in de grote steden zit er overal een LuLu Hypermarket waar ze lekkere sandwiches, belegde broodjes, slaatjes, in partjes gesneden fruit, enz. verkopen. Maar ook het aanbod aan brood, broodjes, croissants, … is hier vele malen groter dan in de gemiddelde Belgische supermarkt! 

Kwaliteit hotels: goed tot zeer goed! Het was overal zeer proper, in de luxe 5* hotels (Shangri-La en Crowne Plaza) werden we ongelooflijk gepamperd (zowel ’s morgens als ’s avonds propere handdoeken, bedden werden iedere dag verschoond als je dat wenste, [wij wensten dat niet, we doen dat thuis ook niet en het is een ramp voor het milieu in een – weliswaar rijk – land waar er nauwelijks water is] enz.). Buiten de grote steden in Oman is het aanbod beperkt, maar we hebben altijd het beste genomen wat er was. Overal was het proper en het waren stuk voor stuk goede, brede bedden.

Bevolking: we hebben geen contact gehad met Emiratis. Wel met Omanis. Supervriendelijke mensen, altijd bereid om te helpen … als je, zoals ons wel eens gebeurde, de weg kwijt bent.

Het was een vermoeiende reis, met lange ritten omdat we ons roadbook moesten volgen. Het waren niet altijd veel kilometers, maar het ging meestal traag vooruit vanwege de bergritten met soms heel smalle gravelwegen. Dat waren trouwens ook adrenaline momenten! En de bewegwijzering was een regelrechte ramp. Na een paar uren sukkelen om een bepaald dorp te vinden hebben we (TIP!) een lokaal SIM-kaartje met 1 GB dataverkeer gekocht voor de smartphone en hebben we op Google maps gereden. Prima te doen!

Twee weken Oman waren veel te kort om alles te zien, zeker omdat wij ook graag wat rustmomenten inbouwen. Bij ons lag de focus op de natuur (bergen, woestijn). Het culturele, de forten, de kleine dorpen en de steden zijn veel minder aan bod gekomen.

Auteur: MyriamC

vrouw / moeder / oma / levensgenieter / wereldreiziger / #foreveronvacation Mijn motto: YOLO!

6 gedachten over “Reisverslag Dubai & Oman”

  1. Wow, nog even je geweldige reis meegemaakt! Ge-wel-dig. Echt. De zeeschildpadden, de woestijn, snavelmaskers. Ik kan me goed voorstellen dat je nu even serieus moet afkicken. Erg leuke reisbeschrijving!

    Like

  2. Hallo MyriamFantastisch reisverslag, Myriam! Wat een prachtige foto's ook. Tof om te lezen! Wat een reiservaring!

    Like

Reacties zijn gesloten.