La Sicilia


11 september, de dag waarop we 37 jaar geleden getrouwd zijn, vertrokken we voor twee weken naar Sicilië. Om de feestelijkheden goed te beginnen dronken we tijdens de redelijk bumpy vlucht alvast enkele flesjes Martini Spumante. Cin-cin! 

De vlucht verliep verder vlekkeloos en na twee uren en dertig minuten landden we op Falcone e Borsellino – het lijken wel namen uit een maffiafilm – de luchthaven van Palermo. Deze keer doen we de westelijke helft van Sicilië, de oostelijke helft hebben we in 2006 bezocht. De auto wordt opgehaald bij Avis, een 3 maanden oude Alfa Romeo Mito diesel. Een dubbele upgrade want in plaats van de bestelde categorie B kregen we een categorie C en bovendien ook nog een diesel. Niet slecht, want brandstof is er duur: gemiddeld 1.70 euro voor diesel en 1.80 euro voor benzine.

We hebben onmiddellijk onze Claire aan het werk gezet maar die wist blijkbaar niet waar ze zich bevond. Gelukkig hadden we ook een gedetailleerde wegenkaart bij ons die ons in een klein uurtje naar Buseto Palizzolo leidde, onze eerste stop voor vijf nachten. Een dorp van niks maar zoals nadien bleek toch goed gekozen want erg gunstig en centraal gelegen in de westelijke hoek van het eiland.
Uitpakken deden we nog niet, we gingen direct terug de weg op naar het 20 km verderop gelegen mooie stadje Erice. Erice ligt hoogt op een berg en is heel vaak gehuld in de wolken. Ook toen wij er waren zagen we prachtige wolkenpartijen rond het stadje drijven. Best wel een mysterieus zicht met de blauwe zee verweg beneden ons. We hadden verwacht dat Erice zou barsten van de toeristen maar dat viel heel erg mee. Zelfs toen we om half negen bij La Pentolaccia gingen vragen of ze misschien, eventueel, hopelijk, … nog een tafeltje vrij hadden was dat geen enkel probleem. 
De volgende morgen stonden we op met regen. Na een uitgebreid ontbijt zijn we toch maar naar Castellammare del Golfogereden. Ondertussen was het weer droog geworden. We hebben daar geluncht en zijn toen verder gereden naar Segesta.

Ik had er veel van verwacht maar het viel wat tegen. De (nooit afgewerkte) tempel was mooi, van wat ooit het amfitheater was, schoot niet veel meer over. Later in de week hebben we ook nog de Valle dei Templi in Agrigento bezocht. Mooi, maar als je de tempels in Egypte (Luxor, Karnak, …) hebt bezocht maken Segesta en Agrigento nog weinig indruk. Maar goed, we hebben het in ieder geval gezien. 

Nadien zijn we nog naar Trapani gereden. Trapani is een mooie gezellige – en ook propere – stad, vooral het barokke gedeelte sprak me erg aan en deed me denken aan Noto in het zuidoosten. In Trapani hebben we vrijwel al onze avonden doorgebracht. Er was enorm veel keuze aan restaurants in een moderne setting en het was er gewoon altijd heel gezellig (Ai Lumi, I Grilli). 
Het rijden in Trapani was nog wel een uitdaging. Dwz niet het rijden op zich maar vooral het manoeuvreren tussen de geparkeerde wagens want de Sicilianen zijn nogal slordig met parkeren. In één parkeervak (langs de straat) stonden vaak twee wagens. Niet achter elkaar, maar met de snuit in het vak geduwd en de achterkant op straat. En meestal nog langs beide kanten van de straat. Niet altijd evident om er gemakkelijk langs te kunnen want de straten zijn vaak smal. Gelukkig had ik een goede en geduldige chauffeur. 

Wat hebben we nog bezocht? We hebben de Via del Sale tussen Trapani en Marsala gereden en de zoutpannen en de oude molens bewonderd. Een mens staat er niet bij stil hoe hij letterlijk aan het zout op zijn patatten komt. Wij hebben het nu gezien en het is verdorie zware arbeid! Maar mooi om te zien hoe het zout uit het water gehaald wordt, dat wel. 

Het was blijkbaar ook de tijd van de druivenoogst. Vrachtwagentjes volgeladen met rijpe druiven reden af en aan van de wijngaarden naar de coöperatieve/distilleerderij. Op een keer stonden er wel een vijftigtal vrachtwagens in de rij te wachten om te worden gelost. Wat ik niet wist is dat de provincie Trapani op zich meer wijn produceert dan de regio’s Toscane en Piemonte samen.

Naar Marsala zijn we ook geweest. Het is een klein stadje, er is niet veel te zien maar we moesten ter plekke natuurlijk wel een glas Marsala drinken! 

We wilden zaterdag voor een dag naar het eilandje Favignana, maar de rij aan de biglietteria was veel te lang en we geraakten onze auto niet kwijt aan de haven in Trapani. Dan zijn we maar naar San Vito Lo Capogereden voor een dikke halve dag strandplezier. San Vito is een aaneenschakeling van lido’s aan een langgerekt wit strand en het was er verschrikkelijk druk. Het allerlaatste lido, Lido Al Sabbione, was het minst druk maar we betaalden er wel maar liefst 24 euro voor 2 ongemakkelijke ligbedjes en een parasol. Het strand was er wel erg mooi en het zeewater was blauw en had een heerlijke temperatuur.

Na een verloren zondag (de hele dag regen en ’s nachts zwaar onweer) reden we maandag 16 september met prachtig weer richting Agrigento. We hebben onderweg nog Sciacca bezocht. Ik dacht dat er wat te zien was, maar dat viel tegen. Foto’s kunnen toch zo bedrieglijk zijn … We zijn vanuit de bovenstad helemaal tot aan de vissershaven gelopen (honderden trappen!) omdat ik op internet hele mooie foto’s gezien had die van aan de haven genomen waren. Of zouden genomen zijn, want we hebben het gezochte uitzicht niet gevonden. We vonden daar beneden ook niets om te eten, ook geen taxi, dus moesten we eerst in de middaghitte die honderden trappen weer op om daarna op het eerste het beste terras neer te ploffen. Dat hadden we dubbel en dik verdiend! 

Ons tweede hotel (B&B) bevond zich in Porto Empedocle, een kilometer of acht van Agrigento. Na het inchecken zijn we naar Realmonte gereden. Heel toevallig, omdat er in onze B&B een foto hing van Scala dei Turchi, een prachtig sedimentair gesteente (mergel) met een karakteristieke witte kleur. Scala dei Turchi ligt tussen twee zandstranden, enis toegankelijk via een kalkstenenrotsformatie in de vorm van een trap (scala). Het laatste deel vande naam is afgeleid van de frequente aanvallen door Turken (Turchi). Silvia, de eigenaresse van de B&B, zei ons dat de late namiddag de beste tijd was om de Scala te bezoeken omdat het licht dan zo mooi is. En dat was het ook. De natuur kan zo ontzettend mooi zijn! We hebben al deze schoonheid nog even laten indringen aan de bar bij het Lido Majata en we besloten om de volgende dag, na ons bezoek aan de Valle dei Templi in Agrigento, hier nog een halve dag aan het mooie strand door te brengen. 

Zoals gezegd de volgende morgen na een zoet ontbijt (waaronder een croissant met pasta van pistachenoten en heel veel vers fruit) al vroeg op pad om voor de tourbussen in Agrigento te zijn. We waren bij de eerste bezoekers en hebben in alle rust de hele vallei doorgewandeld maar, zoals eerder al gezegd, het maakte weinig indruk. Toen we twee uren later weer vertrokken was het er stikdruk. 

Wij gingen lekker uitrusten bij Lido Majata in Realmonte. Het was erg warm op het strand. Het heerlijke water en de parasol brachten uitkomst. In dit zuiden van Sicilië zou ik nog wel meer tijd willen doorbrengen. Het is nog zo echt, zo puur. De mensen spreken er ook nauwelijks Engels.
De volgende dag was het alweer tijd om Porto Empedocle te verlaten en richting Cefalù te vertrekken. Onderweg hebben we nog de Villa Romana del Casale (bij Piazza Armerina) bezocht met de bekende mozaïeken. Dat was wel mooi. Nadien hebben we ook nog Piazza Armerina zelf bezocht, maar buiten heel veel kerken was er niet veel te zien in het stadje. 
De route naar het noorden was wel prachtig om te rijden. Net zoals in Zuid-Portugal ook hier nauwelijks bebouwing. Heel veel mooie natuur, bossen, weilanden, bruggen en tunnels. Erg mooi.

Late namiddag aangekomen in onze derde en laatste B&B, in het badstadje waar mijn zus zoveel van houdt: Cefalù. De verwelkoming door Valerio was super hartelijk. We waren blijkbaar al aangekondigd: ‘la sorella di Nini’! Het weer bij onze aankomst was niet zo fraai: heel veel wind, weinig zon en een hele wilde zee. ‘Il mare è arrabbiato’ (de zee is kwaad) zoals de Sicilianen zeggen. 

Na het uitpakken het stadje verkend. Het is er heel toeristisch, met veel souvenirwinkeltjes maar ook veel echt mooie modewinkels. Alle grote merken zijn er vertegenwoordigd. En het was overal nog solden … Drie keer raden wat wij die avond gedaan hebben! We hadden van mijn zus een lijstje meegekregen met bars en restaurants en we hebben ons daar maar aan gehouden want er zijn zoveel restaurants dat je door de bomen het bos niet ziet. En zij komt hier tenslotte al 33 jaar. 

Vanuit Cefalù hebben we met de trein een uitstap gemaakt naar Palermo. Vanuit onze B&B was het tien minuten lopen naar het station van Cefalù en vanaf Palermo Centrale ben je zo in het hart van de stad. Het was een lange vermoeiende dag, maar ik ben toch blij dat ik Palermo gezien heb, ondanks dat het op veel plaatsen een hele vuile stad is. Maar de stad heeft ook zijn mooie pleinen en gebouwen: de Quattro Canti, de Cattedrale, Piazza Pretoria, Teatro Massimo, Teatro Politeama, Porta Nova, Palazzo dei Normanni, Capella Palatina. 
De Capella Palatina was beslist de moeite van een bezoek waard, veel mooie mozaïeken gezien daar. In de rest van het Palazzo dei Normanni waren veel zalen gesloten voor het publiek. We hebben ook nog even over een van de markten gelopen alwaar we smakelijke cactusvruchten (fichi d’India) zagen liggen à 1.99 euro per halve kilo. Ik vraag er twee en de verkoper doet teken met zijn vingers: 3 euro. Hoewel ik tegen die tijd al dodelijk vermoeid was, was ik toch nog bij de pinken en gebaar hem dat de prijs 2 euro per halve kilo (4 euro per kilo) is en dat het ‘impossibile’ is dat ‘questi due frutti’ 3 euro kosten! Die dacht zeker dat toeristen niet kunnen tellen.

De volgende dag was een rustdag (lees stranddag). In de late namiddag werd het te winderig voor het strand. Op het dakterras van onze B&B was het heerlijk om te zitten lezen. 
En ’s avonds trokken we natuurlijk altijd de stad in, om te aperitieven en te eten, en om bijna iedere dag wel minstens één huwelijk te zien voltrekken in de Cattedrale. Er wordt nog duchtig getrouwd in Sicilië!

Zondag hebben we een hele dag doorgebracht in het Parco Regionale delle Madonie. Een prachtig natuurgebied met hier en daar een ingeslapen dorpje dat tegen de bergflank aanleunt. 170 km hebben we gereden. We zijn vertrokken om 9u30 en waren om 16u30 terug. Het weer was niet denderend. ‘s Morgens een paar spatten regen en voor de rest van de dag veel wolken, in meer dan ‘fifty shades of grey’. Wolkenpartijen leveren vaak wel dramatisch mooie foto’s op, ook hier weer. 
We zijn vrij hoog geweest, tot boven de boomgrens en we waren zeer verbaasd om hier koeien met bellen in de weiden (en op de weg) te zien staan. Het leek wel Zwitserland! De wegen waren slecht en onderweg vonden we geen enkel restaurant dat open was voor een late lunch. Hier worden de lunchuren 12:00 – 14:00 uur strikt gerespecteerd. Gelukkig hadden we nog een zak fruit in de auto liggen, en water hebben we sowieso altijd bij.

Maandag begon weer licht bewolkt maar we zijn toch maar naar het strand getrokken. Na een tijdje kreeg ik telefoon van een mij onbekend Italiaans nummer. Het was in ieder geval niet Valerio van onze B&B. Tien minuten nadien opnieuw en toen was ik wel snel genoeg om op te pakken. Ons Nini! Met de melding dat het nog wat bewolkt was, maar dat het mooi weer zou worden. Ik weet niet wat ik gezegd of gevraagd heb, maar toen zei zij plots ‘ik zie je’. Ik, onnozele, vraag ‘waar’? ‘Kijk maar eens recht voor je’ antwoordt zij. En daar stond ze! Ze wou ons verrassen en is een weekje vroeger dan voorzien naar Sicilië gekomen. Wij waren dan ook heel verrast. De hele familie wist het, behalve wij natuurlijk! We hebben de volgende avonden samen geaperitiefd en gegeten en zijn natuurlijk ook naar haar appartement gaan kijken want zij blijft tot begin januari in ‘haar’ Cefalù. We merkten het direct dat zij daar helemaal thuis is. Overal waar we kwamen, of gewoon op straat, werd zij als een goede bekende begroet.

Op woensdag 25 september namen wij afscheid van mijn zus en van het mooie Sicilië. Met 1632 km meer op de teller leverden wij de wagen weer in. Wat mij betreft was dit een van de mooiere reizen. Veel gedaan, veel gezien, da’s echt mijn ding.

Logies:

We hadden bewust gekozen voor budgetvriendelijke logies met een goede score op Tripadvisor en op Booking. De vluchten waren duur en de huurwagen was duur. Dan maar besparen op logement. Voor ons dient een kamer toch alleen maar om te slapen. Gelukkig hadden we overal prima bedden.
Hotel Ciuri di Badia, Buseto Palizzolo (5 nachten). De ligging van dit hotel was niet erg fraai. Aan de hoofdweg halverwege Castellammare del Golfo en Trapani, achter een benzinestation. We wisten dit op voorhand, dus we schrokken er niet van. Eens je je wagen parkeert op het eigen terrein en het hotel binnenkomt merk je trouwens niets meer van de drukke weg noch van het benzinestation. Zeer vriendelijke en professionele ontvangst. Receptionistes spraken zowel Engels als Frans. 
Kamer was typisch Siciliaans bemeubeld: eenvoudig, maar met alles wat we nodig hadden. Veel kastruimte, koelkast (niet gevuld), gratis safe, TV, goede airco, zeer proper, licht- en geluidsdicht. Badkamer met toilet, bidet, wastafel en douchecabine. Overal free WiFi en een leuk zwembad. Prima ontbijt (uitgebreid buffet zoet/hartig, fruit, granen, yoghurt, taart) met versgemaakte cappuccino mits betaling. 
Locatie: uitstekend om het noordwesten van Sicilië te verkennen. Een wagen is hier wel noodzakelijk. Privé parking. 
Prijs/kwaliteit: kan niet beter.

B&B Mediterraneo, Porto Empedocle (2 nachten). Op het eerste zicht een wat groezelige buurt met allemaal appartementsgebouwen. Koele ontvangst (Silvia sprak en verstond uitsluitend Italiaans wat niet zo gemakkelijk communiceert). Grote strakke kamer in wit en oranje met XL-bed en veel kastruimte, zeer proper, flatscreen TV, goede airco. Badkamer met toilet, bidet, wastafel en zeer kleine douchecabine. Hoewel B&B, geen gemeenschappelijke ruimte. Ook geen mogelijkheid om koffie of thee te zetten op de kamer. Er was wel een koelkastje aanwezig (leeg). Free WiFi. 
Typisch Italiaans zoet ontbijt aan tafel bediend, wel veel vers fruit en versgezette cappuccino. 
Locatie: aan de rand van het dorp, op wandelafstand van de restaurants. Goede locatie om het zuiden te verkennen (Agrigento, Ragusa, Enna, Piazza Armerina). Zeer rustige omgeving. Parkeren op straat (rustig). 
Prijs/kwaliteit: uitstekend. 
B&B Villa Margherita, Cefalù (7 nachten). Goed gelegen mooie villa, op 2 minuten van het strand, 10 minuten van het historische centrum. Zeer warme ontvangst met koffie en veel uitleg over wat er in de omgeving te zien was, hoe we naar de stad / naar het station / naar de haven moesten, enz. Kamer was klein en er was weinig kastruimte. Kleine badkamer met toilet, bidet, wastafel en zeer kleine douchecabine. Dit was een (duurdere) kamer met zeezicht, maar de extra 20 euro per nacht voor zeezicht is weggegooid geld want de B&B ligt niet pal aan de Lungomare (wel in tweede lijn). De kamer was gehorig (onze buurman snurkte nogal hard!) en slecht te verduisteren. Zeer proper, flatscreen TV, overal free WiFi en goede airco. 
Aangenaam dakterras met voluit zeezicht. 
Goed ontbijt (aan tafel bediend) zoet/hartig met lekkere verse cappuccino. Er kan buiten op het terras ontbeten worden. Privé parking. Bij de prijs van de kamer zijn twee ligbedden en een parasol bij een Lido inbegrepen. Geen gemeenschappelijke ruimte, ook geen mogelijkheid om koffie of thee te zetten. Zeer rustig gelegen. 
Prijs/kwaliteit: te duur.   

Eten: we hebben altijd de typisch Siciliaanse keuken gegeten in plaatselijke restaurants. Veel vis uiteraard, veel gerechten bereid met amandelen en pistachenoten, zowel hartig als zoet maar het allergekste vond ik toch wel de ‘brioche con gelato’: een opengesneden brioche gevuld met, jawel, roomijs!  
Vreemde vogels, die Sicilianen. 


Auteur: MyriamC

vrouw / moeder / oma / levensgenieter / wereldreiziger / #foreveronvacation Mijn motto: YOLO!

5 gedachten over “La Sicilia”

  1. Heerlijk verslag Myriam, met erge mooie foto’s. Ik zou er ook weleens heen willenJullie staan vaak samen op de foto. Doen jullie dat met de zelfontspanner, of vragen jullie een voorbijganger?

    Like

  2. Dank je Agnes! De meeste foto's van ons samen doen we met de zelfontspanner. Die vind ik er zelf het meest ontspannen uitzien, beter dan dat we moeten poseren voor een of andere vreemde snuiter. 😉

    Like

  3. Bij jullie zien die foto’s er inderdaad ontspannen uit. Bij ons is het een drama met de zelfontspanner…vooral als we Sjors er ook op willen.

    Like

  4. Haha, ja, kan ik me voorstellen. Hij moet dan wel op tijd in pose zitten/staan. Ik moet gewoon heel snel naar M. toelopen en heb geen tijd om mijn gezicht in de plooi te trekken of om mijn buik in te trekken. 😉

    Like

  5. War een mooi verslag! Ik ben niet zo'n vakantiemens maar de vele visrestaurantjes lijken me heerlijk om te bezoeken.Bert

    Like

Reacties zijn gesloten.