Het Grote Reisverslag

Ik dacht, ik schrijf maar even een reisverslag voor het nageslacht. Helaas heeft het nageslacht niet veel interesse in de avonturen van moeder en vader. Ach, dan schrijf ik het toch gewoon voor mezelf en voor mijn trouwe lezers. Het wordt wel lang … u bent gewaarschuwd!

Maandagmorgen 6 juni vertrokken we, gepakt en gezakt, met de trein – jawel! – naar de luchthaven van Zaventem voor onze vlucht naar Porto. Daar aangekomen haalden we onze huurauto op, een spiksplinternieuwe Seat Ibiza met 230 km op de teller. Ondanks de heksenketel onderweg leidde onze Claire (GPS) ons feilloos naar ons hotel in het hart van Porto. Nadat we de koffers naar boven hadden gebracht togen we maar meteen naar de bar om ons welkomstdrankje, een glas heerlijke porto of wat had je gedacht, te nuttigen. Hij smaakte ons bijzonder lekker.

En dan de stad in natuurlijk. Het hotel lag in de bovenstad, en wij wilden helemaal naar beneden, naar de Douro. Ik had dus al snel in de gaten dat het een moeilijke klus zou worden om op eigen kracht terug boven te geraken. Gelukkig is het openbaar vervoer hier bijzonder goed geregeld: metro of bus, we konden kiezen.
Het uitzicht op de stad vanaf Vila Nova de Gaia (waar de porthuizen gelegen zijn) aan de overkant van de Douro was fenomenaal mooi in het avondlicht.

Dag twee hebben we de Douro vallei gereden. Mooi, mooi, mooi. Vooral het tweede deel: de Rota do Vinho do Porto tot in Pinhâo. Glooiend landschap, veel haarspeldbochten, wijnstokken zo ver het oog reikt en verder vrijwel geen levend wezen te zien onderweg. Ieder porthuis heeft zijn eigen wijngaard, netjes aangeduid met een (of meerdere) bordje(s). Het eerste deel van de route, de Rota dos Vinhos Verdes, vonden wij persoonlijk wat saaier.

En dan moest er natuurlijk ook geproefd worden. Dat deden we de volgende dag. Eerst sightseeing in Porto en tegen de middag wandelden we – bergop uiteraard – richting Taylor’s voor de lunch. Die tip had ik via een internet kennis. Barão de Fladgate is een klassige zaak, en gelukkig konden we op het terras zitten want we waren – zoals altijd tijdens de vakantie – heel casual gekleed. Vanop ons plekje hadden we een enig zicht op de stad.

Na de lunch deden we een rondleiding bij Graham’s met aansluitend een portproeverij. Zeer interessant wat de jongeman ons allemaal wist te vertellen over port van A tot Z. Ik heb onthouden dat je een Ruby het best een paar uren in de koelkast zet voor je hem schenkt, en dat een Vintage maximaal twee dagen bewaard kan worden eens de fles open is geweest. Dat wordt even flink doordrinken als je maar met twee bent … In de proefkamer proefden we een Late Bottled Vintage (2005), een Ruby Finest Reserve en een Tawny 10 years old. De laatste was de beste.

De volgende dag lieten we Porto achter ons en begaven we ons richting Sintra, onze tweede halte. Onderweg stopten we nog even in Aveiro, ook wel het Venetië van Portugal genoemd. Buiten de moliceiros die wat weg hebben van een gondel vond ik er weinig Venetië aan. Het station was ook nog wel mooi om te zien. Een groot statig wit gebouw met veel blauwe azulejos. En we moesten toch lunchen, dat ging dus in één moeite door.

Aangekomen in Sintra (het miezerde een beetje) vonden we al snel onze B&B. Van buiten zag het er allemaal netjes uit. Een prachtige tuin met zwembad en heel veel bomen, apart stond een gebouwtje waarin de kamers ondergebracht zijn. En toen viel het toch wel even tegen. De kamer was zeer basic, de badkamer klein en zo mogelijk nog eenvoudiger. Geen productjes, niet eens een doos kleenex. Ik had echt zin om snel weer weg te lopen maar geboekt is geboekt, dus we hadden weinig keuze wilden we geen tweemaal kosten maken. En ach, we zouden toch veel weg zijn, dus we overleefden het hier wel. Maar ik begrijp toch nog altijd niet hoe ze op Tripadvisor op één konden staan (ze staan nu trouwens op 2 en misschien na mijn review nog lager).

We gingen al snel het stadje in, steil omhoog deze keer. Wat een drukte! Busladingen vol toeristen werden er gedropt. Er is natuurlijk ook best veel te zien qua paleizen en tuinen. ’s Avonds, toen de hordes toeristen verdwenen waren, was het er trouwens heerlijk rustig.

De volgende ochtend, na ons ontbijt buitenshuis, bezochten we achtereenvolgens Quinta da Regaleira en het park en in de namiddag het Palácio Nacional de Pena en het park. Mooi, en uitstekend verzorgd, maar niet meer zo heel veel kleur in de tuinen. De meeste bloeiende struiken en snijbloemen waren natuurlijk al uitgebloeid. En steil, steil dat het was! Tegen de avond hadden we allebei pijn in onze kuiten. We hadden natuurlijk ook onze wandelingen in Porto er al op zitten. Nog een uurtje aan het zwembad gezeten voor we gingen eten.

De volgende morgen vertrokken we al vroeg naar Lissabon, met de trein. Een fluitje van een cent want vanuit Sintra is er maar één lijn en die gaat rechtstreeks naar station Rossio in Lissabon. Aan kaartjes geraken uit de automaat, die na stap 1 plots alleen nog Portugees ‘sprak’, was nog even een avontuur op zich, maar dankzij mijn kennis van het Frans en het Spaans is uiteindelijk ook dat gelukt.

En toen stonden we daar in Lissabon. Ik had wel een stadsplan en we wisten wat we wilden zien, maar ik vond het toch een chaotische bedoening. Omdat Lissabon op zeven heuvels is gebouwd kochten we direct maar een dagkaart voor het openbaar vervoer. Daarmee mochten we ook op de hop-on, hop-off bus en zo lieten we ons heerlijk in de open bus door de stad voeren, met de haren in de wind.

Eerste stop was Belém aan de rivier Taag waar de beroemde pastéis de Belém vandaan komen. Natuurlijk moesten we pastéis hebben van DE bakkerij. Ze waren niet eens zo lekker in feite. Na nog wat te hebben rondgewandeld en bekeken in Belém ging het terug met de bus naar het stadsdeel Baixa, de ‘lage’ moderne stad met grote gebouwen en immense pleinen. Heel anders dan bijvoorbeeld de wijk Bairro Alto waar we met de elevador naartoe ‘stegen’. En ook weer anders dan de wijk Alfama waar we met zo’n oud geel trammetje (lijn 12) naartoe tramden ’s avonds. Deze wijk had toch wel mijn voorkeur. Heel levendig en volks, met kleine donkere cafeetjes en typische restaurantjes. Na onze wandeling aldaar daalden we te voet terug af naar de Baixa waar we in de omgeving van het station een restaurant opzochten. Daar gingen we na een paar uren heel vrolijk naar buiten. Onderweg naar het station kregen we nog hash aangeboden van een paar duistere figuren maar we hadden al zoveel wijn in ons lijf (vandaar de vrolijkheid) dat we het vriendelijk maar resoluut geweigerd hebben. Na 40 minuten treinen stonden we rond een uur of elf terug in Sintra op het station. Een lange en vermoeiende dag.

Rust was dus wat we nodig hadden de volgende dag. Het strand Praia das Maças bracht uitkomst. Ligbedden gehuurd en lekker een halve dag in de zon liggen lezen. Daarna nog Cabo da Roca – het meest westelijke punt van het Europese vasteland – bezocht en de populaire badstad Cascais. Gezellig om rond te lopen, heel veel zonnige terrasjes met opdringerige obers, maar geen plek voor ons om te verblijven. Veel te druk. We waren uiteindelijk nog blij dat we ’s avonds terug naar onze basic B&B in Sintra konden!

Onze laatste dag in Sintra begon bewolkt. We bezochten Monserrate (paleis en park). Weer ging het op en neer in het prachtige park. In de namiddag nog een goed uur aan het strand van Praia do Guincho in Cascais gezeten tot er hele donkere wolken kwamen overdrijven. Toen zijn we maar naar Boca do Inferno gereden en hebben we ’s avonds onze valiezen ingepakt voor onze rit naar Algarve de volgende dag.

Een flinke rit, zo’n 325 km. De autowegen in Portugal zijn zalig om te rijden. Op het hele traject zijn we misschien twintig auto’s gepasseerd. Dat maak je in België zelfs ’s nachts niet mee! Het landschap onderweg is ook prachtig. Je rijdt midden door de natuur in een glooiend landschap bijna loodrecht naar het zuiden. Wijngaarden worden afgewisseld met rijstvelden, olijf- en appelsienengaarden, serra’s, uitgestrekte zonnebloemvelden, … Ook heel veel ooievaars gezien onderweg. Op iedere hoogspanningspiloon zaten er wel een aantal nesten. Blijkt dat deze pilonen speciaal met plateaus gebouwd worden om de ooievaars in het landschap te houden.

In de namiddag kwamen we aan in Cabanas de Tavira. We kenden het natuurlijk al, hadden er vorig jaar ook een appartement gehuurd, wel in een andere straat. Na een simpel telefoontje kwam Nico van de ‘management company’ ons de sleutel brengen en toen konden we ons gaan installeren in onze luxe penthouse. Het was nieuw en heel ruim. De leren zetels en stoelen geurden nog naar de nieuwigheid. We waren de enige residenten in het blokje (3 app.), het was er dus super rustig. Tien minuutjes lopen naar het centrum (wat heet) van Cabanas en de ferry service naar het strand. Kon echt niet beter. Manlief heeft genoten van het dakterras. Die stond ’s morgens speciaal vroeg op om daar al te kunnen gaan zonnen. Overdag was het daar trouwens veel te warm.

Veel hebben we niet gedaan in de Algarve. We hadden natuurlijk vorig jaar al veel bezocht en het was veel te heet om iets te ondernemen. We zijn een keer gaan shoppen in de luxe mall in Portimâo, hebben een rit gemaakt door de Serra de Monchique en Caldas de Monchique bezocht, verder nog een stadswandeling in Olhâo en het oude centrum van Faro. En voor de rest hebben we genoten van de zee en het witte strand en van ons appartement.

Omdat we vanuit Porto terug naar huis zouden vliegen (de prijs van one-way vliegtickets en van de drop-off fee voor de auto noopten ons daartoe) en onze vlucht in de vroege namiddag ging, zijn we een dag eerder vertrokken vanuit Cabanas en hebben we nog overnacht in de pousada in de buurt van Coimbra. Dat gaf ons ook de gelegenheid om deze universiteitsstad te bezoeken. Een groezelige, wat vieze stad vonden wij. Maar goed, we zijn er geweest en na de zoveelste vrijwel slapeloze nacht leverden we de volgende middag de auto in met 2700 km meer op de teller en vlogen we, na een zeer geslaagde vakantie, terug naar huis.

Há caracóis!

Wat opviel in alle steden en stadjes, behalve in de toeristenplaatsen in de Algarve, is de armoede die heel zichtbaar is. Heel veel leegstand en woningen in erbarmelijke staat, bedelaars, kreupelen, daklozen die in een portiek sliepen op een stuk karton.

Verblijf (geselecteerd aan de hand van reviews op Tripadvisor en Fodor’s):
Porto (3 nachten): Porto Trindade, vrij nieuw designhotel, goed gelegen in het stadscentrum. Kamer 100% geluidsdicht, aan de kleine kant met weinig bergruimte en slechts één zitje. ‘Pillow menu’ met een keur aan hoofdkussens. Kleine design badkamer met douche, lavabo en toilet. Uitgebreid ontbijtbuffet, met heel veel vers fruit, lekker spek met eieren, charcuterie en kaas, … voor elk wat wils. Parkeergarage op 300m, het hotel nam de kosten tussen 18u en 09u voor zijn rekening. Netjes!
Prijs/kwaliteit: meer dan correct.

Sintra (5 nachten): Casa do Valle, een wat tegenvallende B&B. Kamer en badkamer zeer basic en vooral badkamer zeer klein met een (plastiek) douchecabine, lavabomeubeltje en toilet. Wel een zeer goed bed, en een rustige ligging, maar helaas was de kamer niet goed te verduisteren. En ik ben al zo’n slechte slaper, heel gevoelig aan licht en geluid. Mooie en goed onderhouden tuin met zwembad en ligbedden. Ontbijt was optioneel en moest je op je kamer of op je mini-balkon nuttigen. Voor het balkon was het te fris en op de kamer ontbijten vinden wij niet gezellig, dus dat hebben we dan ook niet gedaan. Je kan in Portugal in ieder café een al dan niet uitgebreid ontbijt krijgen. Veel gezelliger.
Prijs/kwaliteit: te duur.

Cabanas de Tavira (9 nachten): luxueuze penthouse (2de verd.) met 2 slaapkamers met goede bedden met elk een eigen badkamer (een met ligbad/douche en een met douche), lavabomeubel, bidet en toilet. Verder een ruime living en keuken met alles erop en eraan, terras met meubilair en dakterras met ligbedden. Echt een heerlijk luchtig half open-plan appartement op de 2de – en dus hoogste – verdieping. Gemeenschappelijk zwembad met ligbedden.
Prijs/kwaliteit: correct.

Coimbra (1 nacht): Pousada de Condeixa-a-Nova, een van de staatshotels dus. “Old world charm”, alles straalde luxe en klasse uit. Zeer ruime kamer met twee bedden (harde matrassen) en zithoek en grote luxe marmeren badkamer met ligbad, dubbele lavabo en toilet. Ook hier ‘pillow menu’. Uitgebreid ontbijtbuffet, net zo lekker als in Porto. Groot zwembad met ligbedden in de mooie groene tuin.
Prijs/kwaliteit: correct.

Eten: eenvoudige Portugese keuken, geen culinaire hoogstandjes. Douradas, robalos, sardinhas, mariscos, … in allerlei vormen tot ze zo ongeveer onze oren uitkwamen. In de Algarve hebben we wel gezocht naar de wat mooier gelegen restaurantjes, aan het strand bijvoorbeeld. Pézinhos N’areia was met 78 euro alles-erop-en-eraan onze enige ‘uitspatting’. Het restaurant was idyllisch gelegen met uitzicht op het mooie strand van Praia Verde, en het eten was lekker (en veel, zoals overal in Portugal). De zachte loungemuziek op de achtergrond maakte het plaatje compleet.
Gerechten die er deze vakantie uitsprongen waren de cataplana de peixo e marisco bij O Tamboril in Olhâo, de arroz de tamboril com gambas bij O Monteiro in Cabanas en voor manlief de chanfana (geitenvlees in rode wijn) in Coimbra.
Prijs/kwaliteit: tja, als je voor gemiddeld zo’n 35 euro voor twee een volledige maaltijd eet, inclusief water, wijn en koffie, dan heb je niet te klagen.

Weer: uitstekend weer tijdens de hele reis. Een perfecte temperatuur van om en bij de 22° (in de schaduw uiteraard) tijdens onze rondreis en ‘ietsjes’ warmer in de Algarve. Tot zo’n 36° (ook in de schaduw) de laatste dagen. Dat was – voor mij althans – van het goede te veel. Gelukkig waait er daar aan het strand meestal een stevige wind maar het was helaas te warm om veel te gaan sightseeën.

Nog veel meer foto’s op Facebook.

Auteur: MyriamC

vrouw / moeder / oma / levensgenieter / wereldreiziger / #foreveronvacation Mijn motto: YOLO!

4 gedachten over “Het Grote Reisverslag”

  1. Goed en leuk geschreven verslag Myriam. Ik waardeer het altijd wel als mensen ook hun negatieve ervaringen opschrijven,beter dan alleen maar die zogenaamde halleluhhja-verhalen. Toch wel leuk om zoveel verschillende logeeradressen te hebben.

    Like

  2. tof geschreven en veel herkenbaars gezien. Goh ik besef nu hoe lang het al geleden is dat wij er waren met mijn eerste digitale camera. Dat wil zeggen dat is geleden van het jaar dat wij mekaar hebben leren kennen!

    Like

Reacties zijn gesloten.