Een dagje uit

Het was mooi weer vandaag, en wat ik op de webcams van de kust zag, dat zag er ook zeer veelbelovend uit voor een (halve) dag fietsen. We zouden in eerste instantie naar Cadzand rijden, en van daaruit naar Knokke en verder door langs de Belgische kust. Bij nader inzien zijn we toch maar richting Vlissingen gereden omdat het veel mooier rijden is in Nederland. Vanuit Vlissingen zijn we – na een lunch op de boulevard – vertrokken in de richting van Domburg. Drieëntwintig kilometer heen, drieëntwintig kilometer terug. Met een paar tussenstops uiteraard. Het is heel afwisselend rijden: over de dijk met zicht op zee en strand, door de bossen, door de duinen, over de weg, van alles wat.

We waren nog maar goed en wel tien kilometer ver toen we, op het fietspad dat door het bos liep, bijna onderuit gingen door twee loslopende dalmatiërs. Ik kon nog net op tijd remmen of ik had op de grond gelegen, manlief voelde ik zo in mijn fietstassen rijden. En het enige wat de bazin van de honden kon zeggen was ‘die fietsers ook altijd’. Ja, wat wil je, op een fietspad?! Toen manlief haar verzocht even te wachten om te zien of we schade hadden, zei ze ‘bekijk het maar’ en ze liep door, honden nog steeds los. Toen werd ik zo razend dat ik haar de lelijkste dingen naar haar kop geslingerd heb. Gelukkig was er aan ons en aan onze fietsen niks aan en waren we het voorval alweer snel vergeten.

Ik moet wel eerlijk toegeven dat na zesenveertig kilometer mijn achterste en mijn knieën vreselijk veel pijn deden. Het ritje (volgens manlief dan) was misschien toch wel iets te lang. En morgen moet/mag ik nog eens, want dan doen we onze familiefietstocht. Maar ach, die is maar vijfentwintig kilometer …